Mythen, sagen en legendes vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer. In deze reeks komen de oude volksverhalen, die van generatie tot generatie daar zijn doorverteld, weer tot leven.
Lang geleden woonde er in Aprica een jonge vrouw, Palabione genaamd. Mooi om te zien en uit een rijke familie. Zoals in die tijd gebruikelijk besloot haar vader, toen ze geen aanstalte maakte om te trouwen, om zelf op zoek te gaan naar een geschikte echtgenoot voor zijn dochter.
Het moest in ieder geval aan heel rijke man zijn, want de vader wilde haar niet uithuwelijken aan een man die hij van inferieure afkomst vond. Zijn dochter bewaarde echter een groot geheim. Als liefhebster van de natuur was ze vaak op de berghelling om te genieten van de schoonheid van het landschap, om te kijken naar de dieren en de bloemen die ze daar aantrof. Nu woonde daar een jonge herder die vriendschap sloot met het meisje. En zo werden de twee verliefd op elkaar.
Toen de vader op een dag tegen het meisje zei dat hij een man voor haar zocht, durfde Palabione hem niet te vertellen dat ze verliefd was op de herder. Er verliep echter nog enige tijd, maar toen hoorde ze dat haar vader een zeer rijke handelsman voor haar had gevonden.
Het meisje voelde zich steeds wanhopiger bij de gedachte aan een huwelijk met deze man en dacht de hele dag aan haar geliefde op de berg. Toen de vader de naam van haar toekomstige echtgenoot noemde, was ze zo bang en geschrokken dat ze niet in opstand kwam, maar instemde met het huwelijk om haar vader niet tegen te hoeven spreken.
Het meisje wist niet hoe ze zich uit deze situatie zou kunnen redden, maar de tijd verstreek en de datum voor de trouwdag naderde. Tenslotte besloot ze tot een drastische stap. Op een nacht verliet ze in het geheim haar ouderlijk huis en liep naar de berg, waar ze zo gelukkig was met de herder.
Daar aangekomen trof ze hem echter niet en begon wanhopig te huilen. Ze huilde zo hevig en lang dat haar tranen tenslotte een beekje vormden en een dalletje vulden zodat er een klein alpenmeer werd gevormd aan de voet van de berg. Maar na zoveel huilen en zoveel wanhoop moest er toch wel troost volgen. En ’s ochtends zag de mooie Palabione de jonge herder aankomen, die haar in zijn armen nam en haar naar de sneeuw op de berg droeg, waar ze beiden verdwenen.
Het onderzoek dat haar vader liet uitvoeren, had geen enkel resultaat, van de twee jonge mensen werd geen spoor gevonden, maar men zag dat op de plaats waar het meisje was geweest nu voor altijd een bergmeer was. Door de bewoners van het dal en als getuigenis van de smart van het meisje, kreeg dit meertje de naam Palabione.
