Francesco di Marco Datini: koopman, innovator en getuige van zijn tijd

Monument voor Francesco Datini, Prato. Foto wikicommons https://commons.wikimedia.org/wiki/User:Massimilianogalardi

Francesco di Marco Datini werd rond 1335 in Prato geboren. Hij groeide uit tot een van de bekendste kooplieden van zijn tijd. Veel mensen noemen hem nog steeds de Koopman van Prato. Zijn naam leeft vooral voort dankzij het enorme archief dat hij naliet. Dat archief lag eeuwenlang verborgen in een geheime kamer van zijn palazzo. In de 19e eeuw kwam het opnieuw aan het licht. Het bleek een schatkamer van brieven, rekeningen en zakelijke documenten. Dankzij deze vondst kunnen historici vandaag het leven van een 14e‑eeuwse koopman tot in detail reconstrueren.

Datini werkte met een groot aantal wisselbrieven. Daarom beschouwen veel mensen hem als de uitvinder van de wissel. Sommige onderzoekers nuanceren dat. Zij wijzen erop dat de wisselbrief al eerder bestond, onder meer bij religieuze ridderorden. Volgens hen gebruikte Datini de wisselbrief vooral op een moderne en systematische manier. De brief werkte toen eigenlijk meer als een cheque: de houder kon bij een aangewezen bank het vermelde bedrag innen. Datini’s archief toont hoe hij dit instrument op grote schaal toepaste.

Men schrijft hem ook de uitvinding van een vroeg bedrijfsnetwerk toe. Hij werkte met filialen, partners en boekhoudsystemen die sterk lijken op moderne ondernemingsstructuren. In zijn brieven duikt bovendien een teken op dat wij vandaag kennen als het @‑symbool. Dat maakt hem onverwacht actueel.

Jeugd en vertrek naar Avignon

Datini’s jeugd begon dramatisch. In 1348 sloeg de pest toe. Zijn vader Marco, zijn moeder Vermiglia en twee broers stierven. Alleen Francesco en zijn broer Stefano overleefden. Een vrouw uit Prato, Piera Boschetti, nam de jongens in huis en voedde hen op.

Rond zijn vijftiende trok Francesco naar Firenze. Hij werkte er als loopjongen bij twee kooplieden, en leerde er de basis van het vak en zag hoe handel kansen bood aan wie durfde. Datini hoorde ook verhalen over Avignon, toen de zetel van het pausdom. Die stad trok kooplieden, bankiers en ambtenaren aan. Ze bood een bruisende markt voor wie ambitie had.

Met 150 florijnen op zak, afkomstig uit de verkoop van een stuk land dat hij van zijn vader erfde, vertrok hij naar Avignon. De stad beleefde haar hoogtepunt en bood hem een ideaal startpunt.

Succes in Avignon

Over zijn eerste jaren in Avignon weten we weinig. Pas vanaf 1363 duikt zijn naam op in documenten. Hij werkte toen in ondergeschikte positie bij enkele handelscompagnieën. In 1373 richtte hij zijn eigen bedrijf op. Dat bedrijf groeide snel. Drie jaar later trouwde hij met Margherita Bandini, een zestienjarige Florentijnse. Hij was toen al eenenveertig.

Zijn netwerk breidde zich uit. Hij handelde in stoffen, wapens, specerijen en luxegoederen. Hij werkte met partners in heel Europa. Zijn correspondentie toont een man die scherp rekende, maar ook twijfelde, klaagde en lachte. Zijn brieven vormen een levendig portret van een koopman die voortdurend onderweg was, zowel letterlijk als figuurlijk.

Terugkeer naar Italië

Portret van Francesco di Marco Datini

In 1378 verhuisde het pausdom terug naar Rome. Avignon verloor een deel van zijn economische kracht. Datini besloot in 1382 naar Toscane terug te keren. Hij bleef echter actief in Frankrijk en andere regio’s. Zijn handelsnetwerk strekte zich uit over Frankrijk, het Middellandse Zeegebied en Vlaanderen.

Hij richtte manufacturen op in Pisa, Prato, Genua, Barcelona, Valencia en Mallorca. Textiel vormde de kern van zijn activiteiten. De oude vestiging in Avignon bleef bestaan. De centrale leiding verhuisde naar Firenze. Daar stichtte hij in 1398 de Compagnia del banco, een vroege vorm van een zelfstandige bank.

Het palazzo en het openbare leven

Na zijn terugkeer bouwde Datini een groot palazzo in Prato. Hij liet het versieren door bekende Florentijnse meesters. Later bouwde hij ook een buitenverblijf: de Villa del Palco. Zijn huizen ontvingen vele vooraanstaande gasten. Onder hen bevonden zich Francesco Gonzaga, de Venetiaanse ambassadeur Leonardo Dandolo en koning Lodewijk II van Anjou. Die laatste gaf hem zelfs toestemming om de Franse lelie aan zijn wapenschild toe te voegen.

Datini nam ook deel aan het bestuur van Prato. Hij werd raadslid en later Gonfaloniere di giustizia. Toch bleef handel zijn grootste passie. Hij volgde zijn zaken op de voet en bemoeide zich met elk detail.

Dood en nalatenschap

Datini stierf kinderloos op 16 augustus 1410. Hij liet zijn volledige vermogen na aan de armen. Hij richtte daarvoor het Ceppo dei poveri op. Zijn eerste testament verdeelde zijn erfenis nog tussen twee instellingen. Maar in een latere versie schonk hij bijna alles aan de nieuwe stichting. De gemeente Prato moest het Ceppo beheren, niet de Kerk.

Zijn vermogen was enorm: ongeveer honderdduizend gouden florijnen en honderden landgoederen. Het Ceppo werd een van de belangrijkste liefdadigheidsinstellingen van de stad. Het bleef actief tot de plunderingen van 1512. Later schafte Cosimo II de’ Medici het af.

Een deel van zijn geld ging naar de oprichting van het Spedale degli Innocenti in Florence, een weeshuis dat een primeur vormde in Europa. Datini wilde dat project persoonlijk realiseren.

Het archief

Het archief van Datini is misschien zijn grootste nalatenschap. Na zijn dood werd het ingemetseld in een ongebruikte trappenschacht. Pas in de 19e eeuw kwam het tevoorschijn. De vondst was spectaculair. Het archief bevatte 150.000 documenten: brieven, rekeningen, contracten, boekhoudboeken en zelfs een textielstaalboek.

Het archief toont hoe een koopman werkte, dacht en leefde. Het laat zien hoe hij onderhandelde, risico’s nam en relaties onderhield. De brieven tussen hem en zijn vrouw Margherita vormen een bijzonder deel. Ze tonen een huwelijk op afstand, vol zorgen, verwijten, humor en genegenheid. Vandaag vormt het archief een kerncollectie van het Staatsarchief van Prato.

Datini en de kunst

Hoewel hij kunstenaars inhuurde, hield Datini niet echt van kunst. Hij zag schilders vooral als ambachtslieden. Hij weigerde zelfs een betaling die hij te hoog vond, wat tot een rechtszaak leidde. Toch werkte hij geregeld samen met Arrigo di Niccolò, een schilder die ook andere taken voor hem uitvoerde.

In de Villa del Palco staat nog een tabernakel met een Kruisiging. Veel onderzoekers schrijven dit werk toe aan Arrigo. Het fresco toont een hoge kwaliteit en sluit aan bij de stijl van Agnolo Gaddi en de jonge Lorenzo Monaco. Het vormt een zeldzaam spoor van een kunstenaar die anders bijna volledig uit het zicht verdwenen is.

Over Steven Van Raemdonck 295 Artikelen
Steven Van Raemdonck is één van de oprichters van Taste Italy vzw, en neemt de voorzittersfunctie van de vereniging waar.

Taste-Italy.be maakt gebruik van cookies. Door onze website te bezoeken verklaar je je hiermee akkoord. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'cookies toestaan" om de surfervaring te verbeteren. Als je doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van de cookie-instellingen of je klikt op "Accepteren" dan ga je akkoord met deze instellingen.

Sluiten