Mythen en sagen vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer. In deze reeks komen de oude volksverhalen, die van generatie tot generatie daar zijn doorverteld, weer tot leven.
Alle dagen liep oom Toni van San Barolomeo naar Costa om zijn koeien te melken. Op een dag, terwijl hij terug naar huis liep, merkte hij dat hij in de buurt van Tavanagh gevolgd werd door een ‘bragiola’. De bragiola’s zijn gevaarlijke monsters die wat lijken op de aapachtigen en die hier en daar wonen tussen Ponte Dovia en Tavanagh.
Ook Toni vluchtte meteen in een hooischuur, hopend dat de bragiola hem daar met rust zou laten. Die had echter in de gaten waar oom zich had verstopt en bleef maar krabben aan de houten staldeur, schreeuwend: “Oef, oef, ik ruik de geur van een christen”. Daarop nam oom Toni zijn hemd en broek, vulde die met stro en toen hij dat gedaan had, gooide hij wat leek op een vogelverschrikker het raam uit de helling af. De bragiola, die dacht met een man te maken te hebben, rende achter dit pak met stro gevulde kleren aan tot het tenslotte in het riviertje onder aan de helling viel.
Oom Toni rende zo hard hij kon naar het kerkje van Sint Rocco en de eerste huizen van Sint Bartolomeo. Daar stopte hij en zag onder aan het dal hoe de bragiola, woedend dat hij voor de gek was gehouden, de kleren van de pop rukte. Daarop lachte oom hem uit en schreeuwde: “bragiola, als je het lef hebt kom dan hier naar mijn huis”. De bragiola kwam weer achter hem aan, maar kwam te laat want oom was de osteria Mater ingevlucht.
Voordat hij rust nam had hij echter een metalen rooster verhit en buiten neergelegd. De bragiola, moe van de achtervolging dacht dat er een bankje stond en ging erop zitten. Maar onmiddellijk brandde hij zich en schreeuwde “Ai, ai, mijn achterste !!”, rende naar de beek waar hij drie dagen en drie nachten moest blijven voordat hij weer kon zitten. Ook nu nog kunnen we in Tavagnagh de krassen zien die de nagels van de bragiola hadden gemaakt op de staldeur waarachter oom Toni zich verscholen had.