Vespa 400: een Italiaans-Frans verhaal

Vespa 400
Vespa 400

Wist je dat Vespa, het merk dat alom bekend staat voor zijn scooters, zich ooit aan vierwielers heeft gewaagd? Het is een wat ongewoon verhaal. De productie van de Vespa 400 gebeurde vanaf 1957 immers in Frankrijk. Niet in Italië, meer bepaald door het bedrijf ACMA in Fourchambault, dat ten oosten van de stad Bourges ligt. De productie geschiedde wel op basis van ontwerpen van Piaggio. Je kunt dus wel degelijk van een échte Vespa spreken.

De eerste kleine auto van Piaggio voltooide men in de zomer van 1952. Op 25 september volgden tests op het fabriekscircuit. Deze auto was de eerste van vier projecten die tussen 1952 en 1954 zouden worden ontwikkeld.

Na de definitieve afwijzing van het eerste prototype werkte het bedrijf gelijktijdig aan de daaropvolgende experimenten (aangeduid als 2V, 3V en 4V). Doel daarbij was om het meest geschikte ontwerp voor productie te selecteren. Het 3V-project werd het meest zorgvuldig overwogen, zozeer zelfs dat het de eerste was die men ook buiten de fabriek testte. Men testte de kleine auto ’s nachts tussen 10 en 17 augustus 1953. Met de beslissing om het prototype alleen ’s nachts te testen wilde Piaggio zijn betrokkenheid bij de autosector geheimhouden.

Deal met FIAT

Testleider Cortopassi legde samen met monteur Gianfaldoni ’s nachts tweehonderd kilometer af over wegen (zowel verhard als onverhard) die van Pontedera naar de provincie Siena leidden. De auto, uitgerust met 10-inch wielen, werd aangedreven door een tweetaktmotor. De motor en versnellingsbak belastten de achteras zwaar. Door de slechte wegligging, deels veroorzaakt door een te gevoelige besturing en een te korte wielbasis, stopte men dit project.

In 1955 werd een nieuwe studie, de 4R, gestart, die zou leiden tot de ontwikkeling van de beroemde Vespa 400. De ontwikkeling berustte op een intern ontwerp door de ingenieurs d’Ascanio en Doveri. Het eerste experimentele model werd getest op 17 december 1955, terwijl de bouw van een tweede, verbeterd model de volgende maand begon.

Ondertussen ontmoette Piaggio Vittorio Valletta, president van FIAT (het bedrijf dat destijds de Nuova 500 ontwikkelde). Valletta wees erop dat het commercieel gezien voordeliger was om elkaars markt niet te belemmeren, tenminste niet in eigen land. Daar kwam bij dat de fabriek in Pontedera al op volle capaciteit draaide.

ACMA

Daarom besloot men om de Franse ACMA-fabriek (Ateliers de Construction de Motocycles et Automobiles), die vier jaar eerder was geopend en zich leende voor verdere ontwikkeling, daar zou worden gebouwd. ACMA was geopend om Vespa’s te assembleren voor de Franse markt, weliswaar met Italiaanse onderdelen. Het was de manier om hoge douanekosten te vermijden. De wereld verandert niet: denk aan de Teslafabriek in Duitsland en de plannen van Chinese autobouwers, die dat doen met dezelfde motivatie.

Op 18 juni 1956 ging d’Ascanio naar ACMA om de tekeningen aan Carbonero, de fabrieksdirecteur, te overhandigen en de productiecycli van het voertuig te plannen. Intussen begon de experimentele afdeling in Pontedera met de bouw van nog vier modellen: twee voor interne tests en twee voor ACMA in Frankrijk. Daarmee kwam het totale aantal in Italië gebouwde Vespa 400’s op zeven. De carrosserieën van deze Vespa’s ,werden volledig met de hand gebouwd onder leiding van voorman Loris Gianfaldoni.

Intussen werd de assemblagelijn in het Franse Fourchambault opgestart. Pontedera verloor het project nooit uit het oog. In de loop van vier jaar bestelde men meer modellen om verdere verbeteringen te testen. Zo kwamen ongeveer honderd exemplaren terecht bij Italiaanse dealers en bedrijfsfunctionarissen. De Vespa 400 die in het Piaggio Museum te zien is, was het persoonlijke model van ingenieur Rinaldo Marsano, neef van Enrico Piaggio. Hij was de laatste directeur (tussen 1961 en 1962) van de Franse fabriek.

Autosalon

De kleine auto, de “Vespa 400” genaamd, werd gepresenteerd op het Autosalon van Parijs in 1957, waar hij een aanzienlijk succes boekte en binnen enkele maanden zo’n 20.000 reserveringen aantrok. Voor zijn klasse was het een comfortabele en elegante minicar, aangedreven door een tweecilinder tweetaktmotor die hem bijzonder responsief maakte. Bedoeld als tweezitter, was er toch enige ruimte achter de zetels vrijgehouden voor bagage of twee kleine kinderen. Veiligheid was toen niet meteen topprioriteit.

De introductie van het autootje, in september 1957, was best wel spraakmakend want naar toenmalige normen bijzonder gemediatiseerd. Producent ACMA had voor de voorstelling een pak journalisten opgetrommeld met als wortel de aanwezigheid van drie beroemde racepiloten. Dit wierp zeker zijn vruchten af. In het eerste volle productiejaar werden immers 12.130 exemplaren gemaakt.

Over Steven Van Raemdonck 309 Artikelen
Steven Van Raemdonck is één van de oprichters van Taste Italy vzw, en neemt de voorzittersfunctie van de vereniging waar.

Taste-Italy.be maakt gebruik van cookies. Door onze website te bezoeken verklaar je je hiermee akkoord. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'cookies toestaan" om de surfervaring te verbeteren. Als je doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van de cookie-instellingen of je klikt op "Accepteren" dan ga je akkoord met deze instellingen.

Sluiten