Mythen, sagen en legendes vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer. In deze reeks komen de oude volksverhalen, die van generatie tot generatie daar zijn doorverteld, weer tot leven.
In de Val Belviso, in de buurt van de huidige Ganda-dam, lag ooit een dorp waarvan de economie zeer bloeiend was. Jacht, visserij en landbouw zorgden er voor een comfortabel en rustig bestaan. De bewoners van die nederzetting werden in Aprica de “heren van de Val Belviso” genoemd, en bij hen werkten enkele meisjes als dienstmeisjes. Men zei echter dat de rijkdom van deze “heren” even groot was als hun gierigheid.
Het leven in de dorpen kwam in die tijd tot stilstand na het luiden van het Ave Maria of wanneer de duisternis inviel. Op een donkere avond, met bijtende kou, klopte een oud mannetje aan de deur van een huis. Een jonge vrouw deed open en, toen zij zag hoe hij door de kou geteisterd, hongerig en slecht gekleed was, liet zij hem binnen. In datzelfde huis waren in een aangrenzende kamer de heren bezig met hun avondmaal. Het meisje, dat hun dienstmeid was, kreeg medelijden met de arme oude man en vroeg of zij hem iets te eten mocht geven, maar als antwoord kreeg zij slechts spottend gelach en haar werd niet toegestaan de zwerver zelfs de restjes van het avondeten te geven.
Teleurgesteld en vol medelijden ging het meisje terug naar de oude man. Ze deed alsof ze hem wegstuurde, maar bracht hem in werkelijkheid heimelijk de keuken binnen, liet hem zitten en gaf hem een bord soep.
De reiziger begon te eten en het meisje verliet even de keuken. Toen zij terugkwam, zag zij dat hij zijn eenvoudige maaltijd al had genuttigd en zich klaarmaakte om te vertrekken. Ze merkte iets vreemds aan hem op: hij was diep in gedachten verzonken en keek aandachtig naar de kip die in de pot stond te koken.
Plotseling wendde hij zich tot het meisje en zei haar, met ernstige en onheilspellende woorden, dat zij diezelfde avond, zodra zij klaar was met afruimen, zonder aarzelen naar huis moest rennen en zich om geen enkele reden mocht omdraaien; de kip die aan het koken was zou haar het teken geven door driemaal te kraaien. Met vaste tred, en terwijl het meisje hem verbaasd en verwonderd begeleidde, herinnerde hij haar nogmaals aan zijn raad.
Nadat de deur was gesloten, keerde het meisje terug naar de keuken, keek peinzend naar de kip, dacht na over de woorden van de oude man en ging naar haar meesters. Zonder al te veel gewicht te geven aan wat zij had gehoord, vertelde zij hun de voorspelling. De heren lachten erom en zetten hun avondmaal rustig voort.
De dienstmeid, verscheurd tussen geloven en niet geloven, ging na afloop van het eten en nadat zij had afgeruimd terug naar de keuken. Plotseling hoorde zij de kip kraaien: één, twee, drie keer! Snel verliet zij het huis en rende de weg op die van Ganda naar Liscidini voert.
Opeens hoorde zij achter zich het gedreun van rollende stenen, instortende muren en het geschreeuw van mensen die werden verpletterd door rotsblokken die van de berg loskwamen. Ondanks de angst en het bonzende hart, en in strijd met de instructies van de oude man, draaide zij zich op een gegeven moment om: een groot rotsblok rolde achter haar aan over het pad, gevolgd door andere op korte afstand. In haar wilde vlucht deed zij in een paar ogenblikken een gelofte: zij zou haar eigen land aan de parochie schenken als zij veilig en wel thuis zou aankomen. Als bij toverslag kwam het rotsblok tot stilstand.
Achter haar bleef slechts dood en verwoesting achter, en zij was de enige die het leven had gered. Het spreekt vanzelf dat zij haar gelofte hield: de geschonken gronden zijn volgens de overlevering die waarop het voetbalveld van San Pietro en het Piazza delle Sei Contrade zijn aangelegd.
Vrij naar Massimo dei Cas
