Mythen en sagen rond het Comomeer (93): De heks van Premana

Mythen en sagen vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer. In deze reeks komen de oude volksverhalen, die van generatie tot generatie daar zijn doorverteld, weer tot leven.

 

Het leven van bergbewoners is een voortduring van armoede. In het voorjaar trekt men de Alpen in om de dieren naar de bergweiden te brengen en bij het begin van het najaar daalt men weer af om te overwinteren. Op de alp is er een stal en een hut met wat stro als eenvoudig verblijf voor het harde leven in de bergen.

In de buurt van Premana woonde een zekere Sbertolé, een vrouw van onbestemde leeftijd en een onaangenaam karakter. Over haar gingen allerlei onbevestigde praatjes die haar verdacht maakten van hekserij.

Op een dag bracht Sbertolé van de Alp vier kippen mee en vroeg aan Gina, een rustige vrouw met man en kinderen, of ze die bij haar in het kippenhok mocht onderbrengen. Nu ging echter het gerucht dat Sbertolé haar uitwerpselen mengde in het kippenvoer, omdat ze daardoor meer eieren zouden leggen. En omdat Gina daar geen zin in had, antwoorde ze van nee. De volgende dag kwam een van de zonen van Gina ongerust naar zijn moeder. Hij had voer gebracht naar hun drie koeien, maar die hadden het geweigerd. Hij had ze drinken gebracht, maar ze weigerden ondanks zijn aandringen, om zelfs maar met hun neus bij het water te komen. Gina dacht er even over na en gaf de jongen toen opdracht om wat zout en drie koorden mee te nemen naar de pastoor en hem te vragen dit alles te zegenen nadat ze hem hadden verteld wat er was gebeurd. De jongen deed, zoals hem gezegd was en kwam terug met de gezegende voorwerpen

Gina ging naar de stal, strooide het zout uit en knoopte ieder dier een koord om de nek. Daarop begonnen de koeien weer te eten en te drinken, tot grote opluchting van allen.
In de tussentijd was bekend geworden dat Sbertolé hetzelfde verzoek aan een ander gezin van het dorp had gedaan. Ook deze weigerden en de volgende dag gebeurde met hun dieren hetzelfde als bij die van Gina. Ze praten er met elkaar over en waren het erover eens dat het hier om hekserij ging.

Dit verhaal kwam ook Lisandron ter ore, een houthakker en edelmoedig man, die besloot het probleem voor eens en altijd op te lossen. Lisandron vertelde hen dat hij een manier had geleerd om de heksen te verdrijven. Hij had het nooit eerder geprobeerd, maar een oude man had hem op zijn sterfbed verzekerd dat het werkte.

De man ging daarop naar de Alp van het gezin en begon met zijn werk. Hij nam een van de grote waterketels die werden gebruikt als de koeien gekalfd hadden, vulde die met water en stak het vuur onder de ketel aan. Daarna trok hij wat haren uit de staart van de beesten en gooide die in het water terwijl hij wat onverstaanbaars mompelde. Lisandron had geen blaasbalg om het vuur aan te wakkeren maar blies zo hard hij kon om het water aan te kook te brengen. Daarna pakte hij een bijl en begon die rond te zwaaien boven de ketel terwijl hij geheimzinnige tekens maakte. Zo ging hij wel een uur door: de houthakker was uitgeput en dreef van het zweet door het vuur en het kokende water, maar er gebeurde nog niets.

Plotseling echter begon er zich op het vloeistofoppervlak een witachtig schuim te vormen dat steeds dikker werd en Lisandron begon opnieuw met de bijl te zwaaien terwijl hij ritmische zinnen reciteerde. Langzaamaan begon zich bij het naburige bosje de gedaante van een vrouw te vormen. Deze figuur kwam langzaam naderbij en na een aantal stappen kon je haar duidelijk onderscheiden: Sbertolé.

Ze zweeg en zag lijkbleek in het gezicht. Ze leek wel als van steen en kwam langzaam naar de houthakker alsof ze geen andere keus had en tegen haar zin naar hem toe werd gedwongen. Lisandron liet de bijl nog twee, driemaal ronddraaien in de vochtige nachtlucht en toen de vrouw dicht bij hem was, liet hij deze met een enorme houw op haar lichaam komen. Terwijl door het hele dal een rauwe, bloedstollende kreet klonk, kwam het hoofd van Sbertolé losgemaakt van de romp en viel in de grote ketel.

Alsof hij na een moment van afwezigheid weer bijkwam knipperde de houthakker met zijn ogen en dacht aan het verschrikkelijke dat net gebeurd was. Hij begreep het niet en wist niet of hij droomde of niet. Hij keek rond of hij het lichaam van de vrouw zag, maar zag niets. Hij keek naar het blad van de bijl, maar zag geen spoortje bloed. Daarop zocht hij in de ketel waarin hij het hoofd had zien verdwijnen: niets. Toen hij in de stal keek zag hij de dieren rustig kauwen.

Van Sbertolé zag men nooit meer iets, maar de kreet die alle dalbewoners die nacht hadden gehoord, kwam nog vele malen ter sprake in de osterie van Premana en omringende dorpen.

 

 

Sluit je vandaag nog GRATIS aan als Italofan!
Over Ruud Metselaar 112 Artikelen
Ruud Metselaar is emeritus hoogleraar van de Technische Universiteit Eindhoven. Hij is al tientallen jaren een vaste bezoeker van het Comomeer en heeft zich in die tijd verdiept in de geschiedenis, het landschap en de kunst van dit gebied. Veel van zijn ervaringen werden gepubliceerd in artikelen, waarvan een groot deel is verwerkt in vijf boeken. Meer informatie kan je vinden op http://comomeerinfo.nl/index.html

Taste-Italy.be maakt gebruik van cookies. Door onze website te bezoeken verklaar je je hiermee akkoord. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'cookies toestaan" om de surfervaring te verbeteren. Als je doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van de cookie-instellingen of je klikt op "Accepteren" dan ga je akkoord met deze instellingen.

Sluiten