Mythen, sagen en legendes vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer. In deze reeks komen de oude volksverhalen, die van generatie tot generatie daar zijn doorverteld, weer tot leven.
Fiordareit, een beeldschone prinses, woonde in een kasteel op de berg Reit, waaraan zij haar naam had ontleend. Op een dag, moe van een wandeling, ging het meisje haar gezicht wassen in de beek Braulio. Maar de Geest van het Water stak zijn zwarte hand uit om haar te grijpen, en terwijl hij haar de stuipen op het lijf joeg, dwong hij haar te beloven dat zij op een dag met hem zou trouwen.
Terug in het kasteel vergat Fiordareit alles. Toen ze ouder werd, was ze klaar om te trouwen met de Heer van Monte Scale, aan wie haar vader haar had beloofd — met instemming van de prinses zelf.
Op een avond echter, terwijl Fiordareit naar huis terugkeerde na afscheid te hebben genomen van haar verloofde, kwam uit het dal een witte slang naar haar toe kronkelen: het was niemand anders dan de Geest van de Braulio, gekomen om zijn verloofde op te eisen. Toen herinnerde Fiordareit zich alles. Ze wilde vluchten, maar kon niet. Ze greep zich vast aan een rots, die zich opende om haar te beschermen, haar lichaam omsloot en het in steen veranderde.
Op de berg Reit steekt uit de rots, die het lichaam van de prinses bevat, een stenen beker naar voren — aangeboden door de onzichtbare hand van Fiordareit aan haar toekomstige bruidegom. Uit die beker stroomt een waterval: dat is het verdrietige gehuil van Fiordareit, die haar korte maar zo zoete droom van liefde niet kan vergeten.
Naar een tekst van Maria Pietrogiovanna, Valfurva, 27 juni 1998
