Mythen, sagen en legendes vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer. In deze reeks komen de oude volksverhalen, die van generatie tot generatie daar zijn doorverteld, weer tot leven.
Volgens oude rituelen zouden vrouwen die kinderloos waren of vruchtbaarheid wensten, de “wilde vrouw” of de “moeder aarde” (in de gedaante van een rots) bezoeken. Door het aanraken van specifieke stenen, vaak grotten of stenen met een bepaalde vorm, of door het drinken van water dat langs de rots stroomt, zou de vruchtbaarheid worden overgedragen
In een afgelegen bergvallei, waar de bossen dicht waren en de wind verhalen leek te fluisteren, leefde volgens de oude bewoners een geheimzinnige geest van de natuur: de Donna Selvatica, de Wilde Vrouw.
Men zei dat zij niet helemaal mens was en niet helemaal geest. Ze hoorde bij het woud, bij de rotsen en bij het water dat uit de bergen stroomde. Soms verscheen ze als een vrouw met lang haar vol bladeren en mos, soms zag men haar alleen in de vorm van een grote rots die uit de aarde was gegroeid. Voor de mensen van de vallei was zij hetzelfde als Moeder Aarde: de kracht die leven gaf.
Hoog in het bos lag een bijzondere plek. Tussen de bomen stond een grote steen, rond en glad gesleten door eeuwen van regen en wind. Aan de voet van die steen liep een dun straaltje water langs het gesteente naar beneden. De mensen noemden hem de Steen van Vruchtbaarheid.
Al generaties lang gingen vrouwen die geen kinderen konden krijgen naar deze plek. Ze deden dat in stilte, vaak bij zonsopgang, wanneer de mist nog tussen de bomen hing. Volgens de oude rituelen moest een vrouw eerst haar hand op de steen leggen, alsof ze de hartslag van de aarde wilde voelen. Sommigen omhelsden de rots, anderen streelden het koele oppervlak met gesloten ogen.
Daarna dronken ze van het water dat langs de steen stroomde. Men geloofde dat het water de kracht van de Donna Selvatica in zich droeg. Het kwam immers uit de rots, uit de aarde zelf.

De ouderen in het dorp vertelden dat de Wilde Vrouw soms in de schaduw van de bomen stond te kijken. Niet iedereen kon haar zien, maar wie goed luisterde, hoorde soms een zachte stem in het geritsel van de bladeren. Zij was geen godin die wonderen beloofde, maar een beschermster van het leven.
En zo bleef de plek eeuwenlang bestaan: een stille plaats waar hoop, natuur en oude tradities samenkwamen. Want volgens de mensen van de vallei gaf de aarde haar kracht niet zomaar aan iedereen maar alleen aan wie met respect en vertrouwen kwam.
