Mythen, sagen en legendes vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer. In deze reeks komen de oude volksverhalen, die van generatie tot generatie daar zijn doorverteld, weer tot leven.
Een tweede verhaal van Aurelio Garobbio over het Val Cassana gaat niet over goud maar over zilver:
“Wil je een zilverader op de Cassana ontdekken?” vroeg een andere rondtrekkende student uit Venetië eens aan een jongeman uit Cunter in het Partenzdal. Die haalde zijn schouders op en glimlachte “Is dat een vraag?” “ Zoek een metgezel die net zo moedig is als jij en die kan zwijgen“.
De jongen vroeg zijn vriend mee en zo trokken zij met z’n drieën naar de Alpe Cassana, erop bedacht door niemand gezien te worden om het geheim te bewaren. “ Hier is de plek”, zei de Venetiaan.
Ze begonnen ijverig te graven met houweel en schop die ze tot daar hadden meegedragen. Het werk duurde weken, want onder het gras lag rots en die moest met grote moeite worden opengebroken. De kuil werd steeds dieper, zodat men er met een ladder in moest afdalen. Eindelijk, na dagen van onafgebroken arbeid, kwam de zilverader tevoorschijn: een uiterst zuiver, schitterend en overvloedig metaal.
De student klom snel de ladder op en trok een gesloten cirkel rond de kuil.
“Hier is jullie beloning, voor jullie die vol vertrouwen hebben gewerkt. Maar wees op je hoede. Op zekere dag zal er een vrouw komen die met al haar kracht zal proberen deze cirkel te overschrijden om in de kuil te kijken. Jullie moeten haar dat koste wat het kost beletten”. Na deze woorden pakte hij de randen van zijn mantel vast en verdween.
Vanaf de vroege ochtend van de aangewezen dag hield een van de twee jongemannen de wacht bij de cirkel rond de kuil, terwijl de ander beneden ijverig zilver bleef delven.
De zon trok over de hemel, de schaduwen verschoven over de grond, maar niemand verscheen. De middag ging voorbij, maar tegen de avond kwam er plots een vrouw aan met loshangend haar dat door de wind werd opgejaagd. Er kon geen twijfel zijn: dit was de vijand. Zij moest worden tegengehouden voordat zij de cirkel kon overschrijden en in de kuil kijken.
De jongeman rende haar tegemoet en greep haar stevig vast, maar zij kronkelde zich los als een slang en leek over bovenmenselijke kracht te beschikken. Zij wist zich te bevrijden, rende naar de cirkel die door de Venetiaan was getrokken, stapte eroverheen en wierp een boosaardige blik in de mijn.
Een dof geluid van instortende rotsen sloeg door de lucht. De jongeman die beneden werkte kon zich ternauwernood redden door als een kat langs de ladder omhoog te klimmen. Op een haar na was hij levend begraven.
De diepe kuil vulde zich weer en de weide werd opnieuw ongeschonden.