Mythen, sagen en legendes vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer. In deze reeks komen de oude volksverhalen, die van generatie tot generatie daar zijn doorverteld, weer tot leven.
Ten zuiden van het Valdidentro, waar de lucht dun en helder is en de wind de geur van sneeuw en steen meedraagt, ligt het Val Viola. Rond de stille meren bij de Violapas, waar de gelijknamige rivier haar eerste adem vindt, deden zich ooit wonderlijke dingen voor.
Lang geleden leefden daar de wilde mannen van het Val Viola — reusachtige, harige wezens met ogen zo donker als basalt en stemmen die weerklonken als donder tussen de rotsen. Zij waren sterk als beren en ruig als het landschap zelf. Volgens de ouderen van Valdidentro waren het deze mannen die, op bevel van de reus Dosdè, de grote keien in een kring rond de meren hadden gelegd. Een machtige barrière moest het worden, om iets of iemand buiten — of juist binnen — te houden.
Sommigen van deze wilde mannen namen vrouwen tot zich: vrouwen met platinablond haar, dat glansde als de sneeuw in de ochtendzon, en ogen blauw als gentianen die in het voorjaar tussen de stenen bloeien. Maar hun schoonheid bracht hen geen geluk. De mannen, ruw van aard en hart, behandelden hun vrouwen slecht — ze kenden geen zachtheid, geen liefde.
Op een nacht, toen de maan als een zilveren sikkel boven de toppen stond, kwamen de vrouwen samen. Ze huilden in stilte en besloten te vluchten. Ze verlieten hun wrede mannen en trokken de bergen in, naar de grotten van Dosdè, de Val Cantone en de Zembrasca. Daar verborgen ze zich, maar hun tranen hielden niet op.
Dagen en nachten lang weenden zij, en hun tranen sijpelden in de aarde, verzamelden zich tussen de stenen en vormde een stroom. Die stroom groeide, vond haar weg naar het dal — en zo, zegt men, werd de rivier de Viola geboren.
Tot op de dag van vandaag fluistert de wind bij de meren van Val Viola als een verre, droeve zang. De ouderen zeggen dat het de stemmen zijn van die vrouwen, wier tranen het dal voor altijd hebben getekend — een herinnering aan liefde, wreedheid en de kracht van verdriet.
