Mythen en sagen rond het Comomeer (91): Het karpersgat

Mythen en sagen vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer. In deze reeks komen de oude volksverhalen, die van generatie tot generatie daar zijn doorverteld, weer tot leven.

 

Het verhaal speelt in de tijd van de Napoleontische overheersing. Voor de voortdurende oorlogen had Napoleon soldaten nodig en daarom had hij in alle bezette gebieden de dienstplicht ingevoerd. In het dorp Tremezzina woonde in die tijd een jongeman, Peppin genaamd, die bekend stond als harde werker. Hij had zijn vader verloren en was zeer gehecht aan zijn moeder Rosa, een vriendelijke vrouw die in het hele dorp graag gezien werd. Onze Peppin had een vriendin Theresa, een meisje van net 18 jaar met een blanke huid, rode wangen en twee lieve ogen die onschuld en oprechtheid uitstraalden.

De twee hadden, met instemming van de ouders, besloten eind maart in het huwelijk te treden. Theresa verheugde zich op het vooruitzicht en begon met het maken en kopen van allerlei zaken voor het huwelijk. Op een avond kwam Peppin niet op de normale tijd opdagen en het meisje begon zich grote zorgen te maken en haalde zich allerlei onheil in het hoofd. Tenslotte echter arriveerde Peppin toch nog, maar Theresa zag aan zijn gezicht dat er iets mis was. Eerst wilde Peppin nog niets zeggen, maar toen ze bleef aanhouden, kon hij het tenslotte niet langer verzwijgen.

“Ik heb een oproep ontvangen om me te melden voor het leger en naar Rusland te gaan. Een land waarvan gezegd wordt dat de zon er niet schijnt en je omkomt van de kou. Ik heb absoluut geen zin om voor de Fransen te gaan vechten”. Het meisje bedekte haar gezicht met de handen en begon te snikken, waarop hij zijn armen om haar heen sloeg als troost. “Houd moed Theresa, huil niet. Je zult zien dat het allemaal goed komt. Morgen moet ik naar Como om me te melden”. Maar de tranen rolden langs haar gezicht.

De volgende dag vergezelde het arme meisje, dat de hele nacht geen oog had dichtgedaan door de zorgen, hem naar de boot die hem naar de stad zou brengen. Toen Peppin terugkwam, verdween ook de laatste hoop. Hij was geschikt bevonden en ingeschreven als soldaat en moest over drie dagen vertrekken. In die tijd moest hij zijn vertrek voorbereiden en afscheid nemen van zijn familie en bekenden.

Die derde dag kwamen alle bekenden hem moed inspreken en werd hij omhelsd en gekust ter afscheid. Maar Theresa had het voorgevoel dat ze haar Peppin nooit meer terug zou zien. Wanhopig besloot ze hem zo ver mogelijk te vergezellen en stapte ze aan boord van een boot van haar broer. Maar onderweg betrok de lucht en dreigde er een onweersbui. Om niet ten onder te gaan in de golven, vluchtten ze naar een holte in de rotsen in de buurt van Lenno. Een plek die het Karpersgat werd genoemd omdat hier volgens de vissers meer karpers voorkwamen dan in andere delen van het meer.

De uren verstreken in omhelzingen, kussen en tranen. Het meisje ontdekte in de grot een eenzame jasmijn die naast een rode tak groeide en met wat groene bladeren combineerde ze dit tot een driekleurig tuiltje. “Bewaar dit altijd op je hart, zei ze haar geliefde. Dit is het enige cadeau dat ik je kan bieden. De witte jasmijn, symbool van Trouw, is om je te zeggen dat ik alleen jou wil en dat ik ook als je mocht sterven, nooit voor iemand anders zal zijn. Het rood is de kleur die mijn ogen zullen krijgen als ik huilend op je terugkeer wacht. Het groen tenslotte is de hoop. De hoop dat ik je weer spoedig bij me mag hebben”.

Tenslotte dreef het onweer weg en gingen ze uit elkaar. Theresa keerde terug met haar broer zonder meer om te kijken naar de boot die naar Como voer en ze steeds verder van elkaar verwijderde. Terug in het dorp, vond ze Rosa, de moeder van Peppin, ernstig ziek, zo ernstig dat ze enkele dagen later overleed. Hoewel haar ouders haar met liefde omringden, was Theresa voortdurend triest, weemoedig en bezorgd. Haar gedachten gingen constant uit naar die ene. Waar zou Peppin zijn, zou hij nog leven?

Na enkele maanden kwam er een brief van haar geliefde. Hij schreef dat hij in Rusland was. De oorlog was een slachthuis, maar ze hoefde niet te wanhopen. Zolang er leven was, was er hoop.

Af en toe leek Theresa weer moed te vatten. Maar meestal overheersten de pijn en verslagenheid. Al enige tijd nam ze op vrijdag, de dag van het afscheid, de boot die ze zelf had leren roeien en ging naar de plek waar ze elkaar voor het laatst hadden gezien. De stilte van het Karpersgat omringde haar en het leek of hij bij haar was en haar liefkoosde. En daar bad ze tot de Maagd om zijn terugkomst en voor een spoedig huwelijk. Tijdens de zoveelste pelgrimage naar hun afscheidsgrot zag Theresa opnieuw tegen de rotsen de bloemen die ze haar geliefde bij het afscheid had gegeven. Ze waren verdroogd en zouden in de winter bevriezen alsof ze het einde van hun liefde wilden voorspellen. Ze probeerde ze te plukken om ze thuis te herplanten, maar toen ze voorover leunde, kantelde de boot zodat ze in het water viel. Theresa spartelde, schreeuwde, probeerde zich vast te grijpen aan de rotsen, maar dat lukte niet.

Thuis wachtten ze ongerust een lange tijd op haar terugkomst. Tenslotte organiseerden ze een zoektocht met behulp van buren uit het dorp en zochten een heel stuk van het meer af, maar van Theresa werd niets teruggevonden. Zo gingen er twee maanden voorbij toen een visser, die zijn netten ophaalde in het Karpersgat de overblijfselen van Theresa vond. Op haar lichaam vonden ze een leren beurs met daarin de brief van haar Peppin.

Na een jaar campagne in Rusland keerden de troepen terug in hun vaderland. De soldaten waren eindelijk weer vrij en zo kwam Peppin gehavend en verzwakt weer terug in Como. Hij is doodmoe maar de grote blijdschap dat hij zijn Theresa en zijn moeder eindelijk terug zal zien, lijkt hem vleugels te geven. Hij roeit en roeit zo hard dat hij bijna niet meer kan, arme jongen. Als hij in het dorp aankomt krijgt hij alles te horen, waardoor hij zo geschokt wordt dat het hem spijt niet dood te zijn, een verlangen dat hem jarenlang zal vergezellen. Hij bracht de rest van zijn leven door zonder zich aan enige andere vrouw te binden, omdat Theresa voortdurend in zijn gedachten bleef en hij iedere aantrekking door een ander als verraad beschouwde.

 

Sluit je vandaag nog GRATIS aan als Italofan!
Over Ruud Metselaar 111 Artikelen
Ruud Metselaar is emeritus hoogleraar van de Technische Universiteit Eindhoven. Hij is al tientallen jaren een vaste bezoeker van het Comomeer en heeft zich in die tijd verdiept in de geschiedenis, het landschap en de kunst van dit gebied. Veel van zijn ervaringen werden gepubliceerd in artikelen, waarvan een groot deel is verwerkt in vijf boeken. Meer informatie kan je vinden op http://comomeerinfo.nl/index.html

Taste-Italy.be maakt gebruik van cookies. Door onze website te bezoeken verklaar je je hiermee akkoord. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'cookies toestaan" om de surfervaring te verbeteren. Als je doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van de cookie-instellingen of je klikt op "Accepteren" dan ga je akkoord met deze instellingen.

Sluiten