Mythen, sagen en legendes vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer. In deze reeks komen de oude volksverhalen, die van generatie tot generatie daar zijn doorverteld, weer tot leven.
Nando, een jonge herder uit Livigno, bracht de zomers gewoonlijk door in een berghut, een beetje buiten het dorp, op een kleine heuvel midden in het bos. Op een avond met volle maan werd hij plotseling aangetrokken door een dof geluid, dat door de wind werd meegevoerd en uit de Val Federia leek te komen. Misschien waren het de golven van de beek die het verhaal vertelden van de Monte Cassone en van die vreemde processies van gelukkige geesten, gekleed in het wit en psalmen zingend onder het maanlicht.
Terwijl hij naar de hemel keek, merkte Nando dat de maan zich bewoog – ze kwam naar hem toe. De maan bleef boven zijn hut hangen en schonk hem een mysterieuze, veelbetekenende glimlach. Toen bewoog ze in de richting van een rots, niet ver daarvandaan, en verdween vervolgens weer, terug de hemel in. Nieuwsgierig liep Nando naar de rots toe en zag daar een minuscuul deurtje, wijd open, waarachter een gang zichtbaar was, verlicht door zachte fakkels.
Hij begon het ondergrondse pad af te dalen, dat steeds gemakkelijker begaanbaar werd. Opeens eindigde het gangetje, en Nando bevond zich in een grote ondergrondse grot, fel verlicht door enorme gele glimwormen die langzaam in de lucht zweefden. Een gigantisch rood bord met grote letters heette hem welkom in het land “Cronosveritopoli”. Het bord werd vastgehouden door twee kleine zwarte krekels.
Uit de rotswanden groeiden prachtige bloemen, zoals hij nog nooit eerder had gezien, en overal liepen vreemde, grappige wezens rond, in alle kleuren en nauwelijks twee handspan hoog, druk bezig met hun spelletjes en plezier. Toen ze Nando opmerkten, keken ze hem vriendelijk aan en nodigden hem uit zich bij hen te voegen. Nando, hoewel wat huiverig, nam de uitnodiging aan.
Een lichtgevend bord aan de voet van een enorme boom trok zijn aandacht. Er stond op: “Alles gratis”. Naast het bord lagen verleidelijk uitgestald allerlei lekkernijen, voorwerpen en onbekende snufjes. Nando kon de verleiding niet weerstaan en stak zijn hand uit om wat marsepeinsnoepjes te pakken. Meteen klonk er een scherpe, bevelende stem vanuit de boom, die om geld vroeg – want in die wereld betekende “Alles gratis” dat je contant moest betalen.
Nando was verbaasd, maar besloot toch verder te gaan in die vreemde en vermakelijke wereld. Niet veel verder zag hij een derde bord, waarop stond: “Let op, het is het moment van de waarheid. Aan alle inwoners van Cronosveritopoli zal een vraag worden gesteld. Leugenaars zullen op voorbeeldige wijze worden gestraft.”
Nando dacht dat het misschien een valstrik was, maar als echte bergbewoner had hij vertrouwen in mensen. In heel Livigno stond hij bekend om zijn eerlijkheid en trouw. Toen hem werd gevraagd hoe hij heette, antwoordde hij eenvoudig met zijn naam. Meteen verscheen er een nieuwe tekst: “Dit is een leugenaar. Zijn echte naam is Odnan.”
Als straf werd de jonge man gedwongen koekjes te eten. Hij proefde er één, en toen zijn neus een handbreed langer werd, zei hij dat ze “vies” waren – ook al vond hij ze eigenlijk lekker. Op dat moment barstte er applaus los, zijn neus werd weer normaal. Op het bord verscheen de tekst: “Je hebt een retourreis naar Livigno gewonnen. Vaarwel en tot ziens.”
Nando wist niet goed of hij het moest geloven, maar deze keer was er geen bedrog. Hij zag de gang die hij eerder had genomen, rende erdoorheen, en in een oogwenk bevond hij zich weer in zijn hut. Vanaf die dag werd die plek “Baitel de la Luna” genoemd – het huisje van de maan.
Vrij naar teksten van Maria Pietrogiovanna Valfurva, 27 juni 1998
