Mythen, sagen en legendes vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer. In deze reeks komen de oude volksverhalen, die van generatie tot generatie daar zijn doorverteld, weer tot leven.
Lang geleden leefden er in de bergen van Valcamonica de maghet. Kleine, zwijgzame wezens waren het, oud als de rotsen zelf. Ze stonden in dienst van een angstaanjagend monster dat diep verborgen zat in een donkere grot, waar geen zonlicht ooit doordrong.
Elke ochtend, nog voor de eerste zonnestraal de bergtoppen raakte, trokken de maghet in een lange stoet van de grot naar de berg Reit. Met hun scherpe beitels hakten ze goud uit het harde gesteente, vonken sprongen in het rond terwijl het edelmetaal langzaam werd bevrijd uit de rotsen. Tegen de avond keerden ze terug, kromgebogen onder het gewicht van hun gouden lasten, om hun schat af te leveren bij hun zwijgende meester.
Zo ging het dag na dag, jaar na jaar. Niemand wist hoe lang het al duurde, want de maghet kenden geen tijd—alleen gehoorzaamheid.
Maar op een noodlottige dag veranderde alles. Donkere wolken pakten zich samen boven Valcamonica en een onweer barstte los zoals men nog nooit had gezien. De bergen dreunden van de donder, bliksems spleten de hemel open en de regen gutste langs de rotswanden. Terwijl de maghet onderweg waren, braken stukken van de berg los. Met oorverdovend geraas stortten stenen en rotsblokken naar beneden.
Geen enkele maghet overleefde de woede van de natuur.
De grot van het monster werd bedolven onder een massieve steenlawine. Het goud, ooit zo fel begeerd, bleef voorgoed opgesloten in de duisternis. En het monster? Sommigen zeggen dat het daar nog steeds vastzit, wachtend in stilte.
Tot op de dag van vandaag fluistert men dat, wanneer de wind langs de berg Reit waait, je het zachte tikken van beitels kunt horen—alsof de maghet hun werk nooit helemaal hebben neergelegd.
