F1 racers: Michele Alboreto, vice-wereldkampioen met Ferrari

MICHELE ALBORETO 27 agosto 1986

Het is geen toeval dat Italië en snelheid zo vaak in één adem worden genoemd. Merken als Ferrari, Lamborghini en Maserati heeft voortgebracht. Zelfs de Vespa vertegenwoordigt de liefde van de gemiddelde Italiaan voor vrijheid en snelheid. Geen wonder dat ruim 100 Italiaanse autocoureurs ooit achter het stuur kropen van een auto in de hoogste klasse van het autoracen, de Formule 1. Niet allemaal waren ze even succesvol. In deze reeks maken we plaats voor de bekendste en succesvolste F1-racers uit Italië. Vandaag: Michele Alboreto.

Michele Alboreto werd geboren in Milaan kort voor Kerst op 23 december 1956. Hij werd Europees kampioen Formule 3 in 1980, maar bracht het grootste deel van zijn carrière door in de Formule 1. Daarin won hij vijf Grand Prix en kwam in 1985 dicht bij de wereldtitel. Hij stond bekend als scherpzinnig en vaardig in het afstellen van zijn raceauto.

Beginjaren

Alboreto werd geboren in Milaan op 23 december 1956 en groeide op in Rozzano. Hij studeerde af als industrieel expert. Hij werd aangetrokken door racen en deed zijn eerste ervaringen op met motorfietsen. Later stapte hij over op auto’s. In 1976 nam hij deel aan het kampioenschap Formule Monza in een auto die hij met een paar vrienden had gebouwd. Zijn team hielp hem bij de overstap naar de Formule Italia in 1978. Hij eindigde als vierde in het algemeen coureurklassement. Door deze resultaten kon hij later dat seizoen zijn debuut maken in een Formule 3-race.

In 1979 streed hij als officiële coureur voor het Euroracing-team in het Italiaanse Formule 3-kampioenschap, als ploegmaat van de meer ervaren Piercarlo Ghinzani. Al in zijn eerste jaar werd hij tweede, achter zijn teamgenoot. In 1981 nam hij deel aan het Europees kampioenschap Formule 2 in een Minardi, waarmee hij de race in Misano won.

De jaren bij Tyrrell (1981-1983)

Dankzij zijn goede resultaten in de kleine formules en de voorspraak van Graaf Zanon, een vriend van Ken Tyrrell, debuteerde hij in de Formule 1 in 1981. Bij zijn debuut, in de Grand Prix van San Marino, kwalificeerde hij zich als zeventiende, voor teamgenoot Eddie Cheever. Hij reed een prima race totdat hij werd aangereden door Beppe Gabbiani tijdens een inhaalpoging.

Het gebrek aan competitiviteit en betrouwbaarheid van de auto zorgde ervoor dat Alboreto zijn eerste seizoen in de Formule 1 eindigde zonder punten te scoren.

Nadat hij in 1982 in Zuid-Afrika bijna punten had gescoord, eindigde hij als zesde in Brazilië. Tijdens de Grand Prix van San Marino werd hij derde, al was dat vooral omdat een deel van de teams de race boycotte en slechts veertien wagens aan de start verschenen. De goede resultaten brachten Alboreto onder de aandacht van verschillende teams. Maar Ken Tyrrell was niet bereid om hem te laten gaan.

Overstap naar Ferrari

In 1983 kon Tyrrell dankzij de nieuwe sponsor Benetton profiteren van aanzienlijke budgetten. De teameigenaar zelf was zeer optimistisch in de slaagkansen.  In werkelijkheid bleek de Tyrrell eenzitter niet competitief. Zonder turbomotor was geen kruid gewassen tegen de competitie. Alleen op langzamere circuits kon Alboreto mee. In Detroit wist hij zijn enige overwinning van het seizoen te behalen, al bleef het daar ook bij.

Het succes in Detroit bracht hem opnieuw onder de aandacht. In september werd zijn overstap naar Ferrari officieel bekendgemaakt.  Ondanks de goede resultaten in 1984 tijdens de wintertests en de hoge verwachtingen van de coureur bleek het eerste seizoen bij Ferrari teleurstellend. Tijdens de eerste race stond hij nog op de eerste startrij, maar viel uit na enkele ronden. Zijn korte optreden maakte indruk op de gespecialiseerde pers en Alboreto zelf verklaarde zich optimistisch over de voortzetting van het kampioenschap.

Pas tijdens de Grand Prix van België bleek Ferrari superieur aan de concurrentie. Alboreto pakte op zaterdag de pole position. Hij kwam als eerste over de finish en werd daarmee de eerste Italiaan sinds 1966 die won aan het stuur van een Ferrari. In 1966 had Ludovico Scarfiotti immers de Italiaanse Grand Prix gewonnen. De rest van het jaar kon Alboreto geen verdere successen boeken.

Strijd met Prost

De omstandigheden voor 1985 waren bemoedigend. De nieuwe Ferrari 156-85 bleek competitief en snel te zijn. Het seizoen werd één lange onderlinge strijd met Alain Prost. Alboreto nam zelfs tijdelijk de leiding van het kampioenschap, de eerste Italiaan die dat kon realiseren sinds 1958. In Canada behaalde Alboreto zijn eerste overwinning van het seizoen – de negentigste voor Ferrari – en herwon de leiding in het kampioenschap.

Helaas voor hem ging de McLaren van Prost er doorheen het seizoen op vooruit, terwijl de Ferrari de omgekeerde beweging maakte. In de laatste vijf races kon de Milanees geen aanspraak meer maken op punten. Prost won daardoor de wereldtitel, met een voorsprong van 20 punten op de Italiaanse Ferrari-coureur.

Het seizoen 1986 verliep teleurstellend voor Alboreto en Ferrari. Door aanhoudende betrouwbaarheidsproblemen van de wagen eindigde hij dat jaar slechts negende met 14 punten.

Interne strijd met ploeggenoot

Ondanks de geruchten over een overstap naar het team Williams, bleef Alboreto het team uit Maranello ook in 1987 trouw. Alboreto kreeg de Oostenrijker Gerhard Berger als teamgenoot naast zich. Aan het eind van het seizoen prijkte hij op de zevende plek in het kampioenschap, en verlengde hij zijn overeenkomst bij Ferrari opnieuw.

In 1988 besloot organisator van het WK FIA ​​turbomotoren te verbieden. Het seizoen werd gedomineerd door de McLarens van Ayrton Senna en Alain Prost. Alboreto’s prestaties bleven dat jaar onder de verwachtingen, en bleek de mindere van ploeggenoot Berger. In de loop van het seizoen waren er geruchten dat de Brit Mansell zijn stuur zou overnemen. Zelf ging hij in gesprek met Williams, maar die kozen uiteindelijk voor de Belg Thierry Boutsen. Het enige hoogtepunt voor Ferrari was in de “thuis” Grote Prijs van Italië, waar Berger als eerste eindigde voor Alboreto.

Overstap naar Arrows (1989-1992)

Michele Alboreto op het podium in Le Mans in 1997

Voor het seizoen 1989 was het enige beschikbare zitje bij het niet zo competitieve Tyrrell-team. Door gebrek aan geld kon nauwelijks getest worden. Desondanks haalde Alboreto enkele WK-punten. Toen teambaas Ken Tyrrell een sponsorcontract met tabaksfabrikant Camel ondertekende, verplichtte hij Alboreto afstand te doen van diens privé sponsor Marlboro. Dit leidde tot een definitieve breuk met Tyrrell. Tot het eind van het seizoen kon hij terecht bij Lola, maar de lamentabele auto kon zelfs een talent als Alboreto niet gekwalificeerd krijgen.

De Britse renstal Arrows bood een uitweg voor 1990. Met gering succes, want dat jaar behaalde de Milanees geen enkel punt. Voor het seizoen daarop stapte het team over van Fordmotoren naar een nieuwe krachtbron van Porsche. Dat was zo rampzalig dat nog tijdens het seizoen opnieuw naar de Ford krachtbron werd gegrepen. Uiteindelijk wist hij dat jaar slechts twee keer te finishen. De motorzoektocht van het team bracht hen voor 1992 bij Mugen, en de resultaten verbeterden licht. Alboreto eindigde dat jaar als tiende in het WK.

F1 einde in mineur

Eind september 1992 leek de aanwerving van Alboreto door Scuderia Italia voor 1993 op handen. Ook dit team bleek weinig competitief, en hij sprokkelde bijgevolg geen WK-punten in dat seizoen. Voor 1994 besloten de teams Scuderia Italia en Minardi te fuseren, want beide stond het water hen financieel aan de lippen. Technisch directeur Gian Carlo Minardi wierf Alboreto aan.

Nadagen van Alboreto’s carrière in de F1 met de minderwaardige Minardi

In Imola, in een Grand Prix ontsierd door de dood van Senna en Ratzenberger, was Alboreto betrokken bij een ernstig ongeval. Bij het verlaten van de pits verloor zijn auto een wiel bij ongeveer 140 km/u, waarbij hij enkele monteurs verwondde. De Milanese racer pleitte bij de FIA voor een regeling die de snelheid in de pitlane zou verlagen. Aanvankelijk verlaagde men de snelheid in de pitlane naar 50 km/u, maar daarna werd deze regel opnieuw enigszins losgelaten. Alboreto bleef als protest de pitlane inrijden aan 50 km/u, maar dat ging alleen ten koste van zijn eigen resultaten.

Dood

In december kondigde hij zijn afscheid van de Formule 1 aan om naar het Duitse DTM-kampioenschap te verhuizen. Op 25 april 2001 kwam hij om het leven bij een ongeval op de Lausitzring in Klettwitz. Op dat moment voerde hij tests uit met de nieuwe Audi R8 Sport ter voorbereiding op de 24 uur van Le Mans. Volgens het onderzoek was de Italiaanse piloot op slag dood en was het ongeval te wijten aan een lekke band linksachter.

De begrafenis vond drie dagen later plaats in de wijk Basiglio van Milaan in aanwezigheid van ongeveer 1.500 mensen, waaronder verschillende voormalige piloten. Daarna werd hij op verzoek van zijn vrouw gecremeerd op Cimitero Lambrate, ten oosten van Milaan.

Over Steven Van Raemdonck 229 Artikelen
Steven Van Raemdonck is één van de oprichters van Taste Italy vzw, en neemt de voorzittersfunctie van de vereniging waar.

Taste-Italy.be maakt gebruik van cookies. Door onze website te bezoeken verklaar je je hiermee akkoord. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'cookies toestaan" om de surfervaring te verbeteren. Als je doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van de cookie-instellingen of je klikt op "Accepteren" dan ga je akkoord met deze instellingen.

Sluiten