Prato heeft de grootste Chinese gemeenschap van Europa. En dat heeft alles te maken met de textielindustrie. De eerste Chinezen arriveerden in Prato in 1990. Ze werden aangetrokken door het succes van mode en textiel Made in Italy en wilden daar maar wat graag een graantje van meepikken. Intussen is maar liefst 25 procent van de inwoners van Prato Chinees. Het gaat zelfs zover dat de Chinezen in Prato de Italianen ‘buitenlanders’ noemen.
Slow fashion tegenover fast fashion
De meerderheid van de Pratesi is niet te spreken over de komst van zoveel Chinezen. Ze hebben een slecht imago en zouden zich niet integreren. Chinese immigranten kochten veel plaatselijke textielbedrijfjes op en zetten de bedrijvigheid verder op hun eigen manier. De Chinezen werken dag en nacht, eten en slapen in de fabriek en nemen het niet altijd zo nauw met de arbeidsomstandigheden. Het lawaai van de machines verstoort de nachtrust van de omwonenden. Door op deze manier te werken, produceren ze snel en veel en zetten ze de leveringstermijnen onder druk. Fast fashion tegenover de Italiaanse slow fashion die met zorg en aandacht voor kwaliteit wordt gemaakt. Voor de Italianen betekent dit oneerlijke concurrentie.
Made in Italy
Daar komt nog bij dat de Chinezen het met het kwaliteitslabel Made in Italy niet altijd zo nauw nemen. Daar komen ze mee weg omdat de vermelding Made in Italy geen beschermd keurmerk is. Hoewel er in Italië een Ministero del made in Italy bestaat, zijn de controles niet waterdicht. Vaak wordt kledij deels in China gemaakt van Chinese stoffen en komt ze als half afgewerkt product Italië binnen. In Italië zet men nog knopen aan een jas of een rits in een broek en het begeerde label Made in Italy is verworven. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Intussen is het 100% Made in Italy-certificaat ingevoerd. Dit laatste wordt pas toegekend na een strenge procedure en moet zo de producten die echt volledig in Italië zijn gemaakt, beschermen.
Maar zelfs wanneer kleding of accessoires volledig in Italië worden gemaakt, zijn misbruiken niet uit te sluiten. Regelmatig lezen we in de pers berichten over luxemerken die bijvoorbeeld hun lederwaren in onhygiënische Chinese sweatshops in Milaan laten produceren. Arbeiders leven en werken er vaak in ongezonde en gevaarlijke omstandigheden. De machines die ze moeten gebruiken zijn niet beveiligd en ze werken vele uren per week voor een laag loon. Zo maken ze bijvoorbeeld handtassen aan een kostprijs van 50 euro. Diezelfde handtassen worden dan in de winkel verkocht voor een veelvoud van die prijs.
Uitzonderingen
Toch mogen we niet alle Chinezen over dezelfde kam scheren. Intussen is er al een jongere generatie Chinezen die in Italië is geboren en die hetzelfde gespecialiseerde onderwijs volgde als hun Italiaanse leeftijdsgenoten. Bij hen vind je ook mooie en kwaliteitsvolle kleding die het label Made in Italy wel verdient. Bovendien houden zij het enorme industriële district van Prato mee levend. Vandaag zie je in Prato zelfs onderlinge concurrentie tussen Chinese textielbedrijfjes onderling.
De globalisering van de wereldhandel is een bedreiging voor de vele kleine ambachtelijke ateliers in Italië waar traditioneel vakmanschap voor kwalitatief hoogstaande producten zorgt. Het loont de moeite om te controleren of het label Made in Italy wel terecht op je aankoop wordt vermeld.