De Riviera, seizoenen van elegantie (3) – Menton en Ventimiglia

In deze reeks gaan we op zoek naar het verhaal van de Riviera. De Riviera ontstond niet uit zomerse stranddromen, maar uit winters verlangen naar zon, gezondheid en elegantie. Wat maakt dat deze regio onafhankelijk van de rest van Italië kon ontwikkelen?  Hoe konden onbeduidende Ligurische vissersdorpjes uitgroeien tot het toppunt van luxe en elegantie, tot een broeierig paradijs voor de internationale jetset van de belle époque?

Menton en Ventimiglia: zusterlijk aan de grens

In deze derde aflevering steken we de grens over. Van het elegante Menton naar het ruwe Ventimiglia: twee zustersteden die geen tien kilometer van elkaar liggen, maar nauwelijks meer van elkaar kunnen verschillen.

Naakt in de villa

Vanaf Montecarlo volgt de Avenue de la Côte d’Azur de baai van Roquebrune met rechts een prachtig zicht op Cap Martin. Net voorbij het station ligt E-1027, de iconische villa die de Ierse Eileen Gray en haar partner Jean Badovici tussen 1926 en 1929 ontwierpen. De modernistische villa ligt genesteld tegen de rotswand in een groene zee van planten en bomen.

Voor Gray en Badovici was de villa tegelijk een zoektocht naar chromatische en formele harmonie en een verborgen plekje waar ze zich konden terugtrekken uit het mondaine leven van de Riviera. Jammer genoeg bleef de villa niet lang verborgen voor de nieuwsgierige blikken van collega Le Corbusier.

Ondanks de tegenstand van Eileen Gray zelf ‘bekladde’ hij de witte muren in de leefruimte met veelkleurige fresco’s die door sommige kunsthistorici worden geïnterpreteerd als een verwijzing naar haar seksualiteit. Hij beeldde zichzelf en passant ook af, terwijl hij naakt aan het werk was.

Een klap in het gezicht van de kunstenares die prompt eiste dat de muren in hun oorspronkelijke staat zouden hersteld worden. Twee botsende visies op architectuur, een egotrippende architect die moeilijk kan verkroppen dat zijn persoonlijk speelveld succesvol door een vrouw wordt betreden, een genderkwestie: het zijn de thema’s van de eerder dit jaar verschenen documentaire Eileen Gray and the house by the sea van Beatrice Minger. Na haar breuk met Badovici bouwde Eileen Gray voor zichzelf de villa Tempe à Pailla vlakbij Menton. Tot vorig jaar stond die te koop voor 3,9 miljoen euro.

Franse parel

Bij het binnenrijden van de stad windt dit bord er geen doekjes om: « Perle de la France et heureuse de vous accueillir ». Toeristen zijn al lange tijd welkom in Menton, een twistappel tussen Frankrijk, Italië en Monaco. Menton ligt verscholen achter de heuvels en geniet van een mild klimaat. Het is de enige plaats in Frankrijk waar citroenen groeien, lang een economische troef voor de regio.

Menton viel tot 1848 onder Monegaskisch bestuur. De hoge belastingen op de export van citroenen zetten kwaad bloed en de stad riep zichzelf, samen met Roquebrune, uit tot vrije stad. De twee steden kwamen de facto onder de bescherming van het koningshuis Savoie. In 1860 sprak de bevolking zich bij referendum uit voor een annexatie door Frankrijk: Napoleon III betaalde royaal voor de citroenstad en Menton maakte vanaf dan deel uit van de grote Franse buur. Met de opening van het treinstation in 1867 deelde de stad in de glorie van de Franse en Italiaanse Riviera en charmeerde ieder jaar talloze overwinteraars.

Ook nu nog is het fijn wandelen in het oude centrum van de stad. Parallel met de Boulevard du Soleil loopt de verkeersvrije rue Saint-Michel,  een allegaartje van ijssalons en te dure souvenirwinkeltjes waar een gezellige drukte heerst. Struinend over de promenade kijk je aan de ene kant over het strand en de zee tot aan Nice, terwijl je aan de andere kant nog enkele monumentale getuigen van het belle époque verleden ziet liggen. Achter de neoklassieke façades van de Royal Westminster en le Balmoral gaat meer dan 100 jaar geschiedenis schuil die je terugvindt in Art Déco accenten, elegante loggia’s en subtiele hints naar bekende gasten zoals Sarah Bernhardt of koning Vittorio Emanuele II.

Grensgeval

Je zou te voet van Menton naar Italië kunnen gaan en dat is wat steeds meer vluchtelingen proberen. Van Italië naar Frankrijk weliswaar. De Franse politie controleert alle mogelijke grensovergangen, in de omgekeerde richting rijdt het verkeer vlotjes door richting Ventimiglia.

Net over de grens komen we op de archeologische site I Balzi Rossi, de rode stenen, een verwijzing naar de karakteristieke kleur van de ijzerhoudende rotsen.

Het is een prehistorische site met wereldfaam, bestaande uit 15 grotten en een overzichtelijk museum met verschillende skeletten van Cro Magnon individuen, venusbeeldjes en een reconstructie van het gelaat van een overledene.

De grotten zijn ronduit indrukwekkend, met als kers op de taart een rotstekening van een paard met verticale inkepingen, alsof het dier werd ingedeeld naar bruikbaarheid voor verschillende doeleinden.

Engelse tuinen

Van I Balzi Rossi volgen we de SS 1. Dir, een afsplitsing van de Aurelia naar La Mortola, genoemd naar het Romeinse kerkhof dat hier ooit lag, en het gehucht Latte. La Mortola is nu vooral beroemd omwille van de Giardini Hanbury, de acclimatisatietuin die sir Thomas Hanbury liet aanleggen vanaf 1867.

De ingang is met moeite zichtbaar vanaf de drukke weg. Des te groter is de verrassing wanneer je eenmaal achter de ijzeren poort staat. Volg de paadjes naar de villa waar vaak tentoonstellingen plaatsvinden of aquarelworkshops en geniet van de schoonheid en de onverwachte rust. Vlak voor de zee, beneden op het terrein, steek je een brugje over over de Via Julia Augusta, de weg die keizer Augustus liet aanleggen tussen Piacenza en Nice in 13-12 voor Christus.

Hanbury had rijkdom vergaard door import en export van specerijen, katoen, thee en andere koloniale waren. Toen hij in Shanghai woonde, leerde hij Mandarijn en trok hij het binnenland in op zoek naar koopwaar en om de lokale cultuur te leren kennen.

Op bezoek bij vrienden aan de Côte d’Azur kwam hij met een bootje voorbij het verlaten palazzo d’Orengo. Hanbury zag onmiddellijk het potentieel van het enorme terrein om samen met zijn broer Daniel een jongensdroom waar te maken. Een botanische tuin van formaat met bomen, bloemen en planten uit de hele wereld,  een bron van wetenschappelijk onderzoek en van uitwisseling met internationale botanici.

Hij kocht het terrein en legde er eerst de rozentuin aan met struiken uit zijn ouderlijke woning. Samen met zijn broer en de landschapsarchitect Ludwig Winter breidde hij de tuin uit tot meer dan 5800 soorten. Met een niveauverschil van 180 meter ontbraken de organisatorische uitdagingen niet, maar het resultaat is verbluffend. Je stapt binnen in een paradijs van succulenten, Australische bomen, kleurrijke bloemen en een indrukwekkende citrusbomenplantage. De wetenschappelijke waarde van de tuin is zonder weerga. Sommige agaven of aloë vera’s komen alleen nog hier voor en de beheerders wisselen zaden uit met meer dan 100 botanische tuinen en universiteiten.

Tijdens de wereldoorlogen kregen de tuinen het zwaar te verduren. Na de Tweede Wereldoorlog verkocht Lady Hanbury het domein aan de Italiaanse staat, met de clausule dat het terrein altijd een tuin zou blijven. Die onthutste staat wist aanvankelijk niet goed wat ermee te doen, en speelde het door aan het Instituut voor Ligurische Studies. Toen de subsidiekraan dicht ging in 1983 kwamen de Giardini Hanbury bij de universiteit van Genova, die zowel de villa als de tuinen liet restaureren.

Romeinse luxe

En dan komen we aan in Ventimiglia. Ventimiglia is geen stad die zich onmiddellijk prijsgeeft. Gelukkig maar. De koude Alpenwind zorgde ervoor dat de stad niet deelde in de toeristische boom van de Riviera. Te kil, te open, te tochtig, geen materiaal voor kuurders of bohémiens. Dat lot valt de stad nog altijd te beurt. Weinig aantrekkelijks op het eerste gezicht: aan de ene kant de spoorweg, aan de andere kant de zee en daartussen een niet aflatende rij claxonnerende auto’s, veel uitlaatgassen en fout geparkeerde bestelwagens. Dat was ooit wel anders.

Voor de inname door de Romeinen woonde in deze havenstad een Ligurische stam die de Romeinen later Ligures Intemelii noemden. Het theater en de thermen herinneren nu nog aan de bijzondere positie van de stad tijdens Augustus. Albintimilium was een Romeinse stad met luxueuze voorzieningen die uitgroeide tot een economisch knooppunt, een positie die ze na de val van het Romeinse Rijk zou blijven behouden.

De bevolking verliet de stad bij de zee en trok hogerop, naar het huidige Ventimiglia Alta. Republiek Genova aasde er eeuwenlang op en slaagde er uiteindelijk in 1221 in om de stad in te lijven.  Genova verstevigde daarmee de positie aan de westkant van haar gebied en had een extra haven ter beschikking voor handel en defensie.

 

Liefde op het tweede gezicht

Wie Ventimiglia bezoekt, ziet in de eerste plaats een bloeiend commercieel centrum gericht op grenstoerisme. Alcohol, sigaretten en panettone, de etalages staan er het jaar rond vol mee. Fransen hoppen graag even de grens over om goedkoper te gaan winkelen.

Beperk je tot een wandeling langs de aangename wandeldijk, ga naar de nieuwe jachthaven (een samenwerking met die van Monaco) en neem de lift naar Ventimiglia Alta. Daar valt de echte geschiedenis te ontdekken. In de pigna van de stad, hoog boven het gewoel aan de kust, waan je je in de middeleeuwen.

Ventimiglia alta

De restauratie van dit charmante deel kwam laat op gang en dat komt de authenticiteit volledig ten goede. De huizen zijn wat onderkomen, de balken lijken ieder moment te kunnen instorten maar in deze straten voel je het echte hart van de stad! Van de Porta Nizza loop je zo het historisch centrum in, geflankeerd door de geel-rode vlaggen van de borgo.

Ventimiglia porta Nizza

Halverwege de via Garibaldi ligt het Oratorio dei Neri, een onverwachte barokke parel. Het was de zetel van de Compagnia della Misericordia – een broederschap of confraternita waarvan de leden zich hulden in zwarte kappen. Het oratorio is gewijd aan de passie van Christus en aan San Secondo, de patroonheilige van Ventimiglia.

Ventimiglia alta

Veel verwijzingen naar de dood in de vorm van schedels en knoken en een aangrijpend beeld van een dode Christus. Hier geen bidstoelen in het midden van de ruimte maar strenge koorbanken links en rechts bij het binnenkomen. Dat zicht was niet iedereen gegund. In een oratorio kwam je immers alleen binnen als je lid was van het broederschap.

Baptisterium

Er waren in Ventimiglia wel 15 broederschappen die zich met de armen en de zieken bezighielden. Tussen de 14e en de 15e ruilden de broederschappen de lofzangen in het Latijn in voor die in ‘lingua ligure volgare’, de taal van het volk. Het eindpunt van de via Garibaldi is de romaanse kerk Santa Maria Assunta, de kathedraal van Ventimiglia. Het baptisterium werd opgetrokken met Romeins recupmateriaal, zoals mijlpalen.

Baptisterium

Van Ventimiglia houden vraagt wat inspanning. De eerste indruk kan tegenvallen maar een bezoek aan Ventimiglia Alta maakt ontzettend veel goed. Een belangrijke tip: vermijd Franse feestdagen en brugdagen. De autosnelwegen rond de stad zitten overvol en een parkeerplaats vinden grenst dan aan het onmogelijke.

Volgende keer bezoeken we Bordighera, il paradiso degli Inglesi. Benieuwd wat het zo paradijselijk maakt? Je leest het hier binnenkort.

 

Over Dorinda Dekeyser 47 Artikelen
Leerkracht Italiaans in CVO VOLT (Leuven) en aan de Vrije Universiteit Brussel.

Taste-Italy.be maakt gebruik van cookies. Door onze website te bezoeken verklaar je je hiermee akkoord. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'cookies toestaan" om de surfervaring te verbeteren. Als je doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van de cookie-instellingen of je klikt op "Accepteren" dan ga je akkoord met deze instellingen.

Sluiten