In deze reeks gaan we op zoek naar het verhaal van de Riviera. De Riviera ontstond niet uit zomerse stranddromen, maar uit winters verlangen naar zon, gezondheid en elegantie. Wat maakt dat deze regio onafhankelijk van de rest van Italië kon ontwikkelen? Hoe konden onbeduidende Ligurische vissersdorpjes uitgroeien tot het toppunt van luxe en elegantie, tot een broeierig paradijs voor de internationale jetset van de belle époque?
Naar de roulette van Monte Carlo
In deze tweede aflevering gaat het naar Monaco, een flamboyant gokparadijs met een verrassend nederige geschiedenis. Maar eerst bezoeken we Èze en La Turbie, de hangende dorpjes van de Riviera.
Arendsnest van Nietzsche
Of je nu van op de corniche naar beneden kijkt of vanaf de zee naar boven tuurt, Eze – Eza klit zich vast op je netvlies en laat je niet meer los. Het kluitje huizen met zijn kasteel vormt de overgang van onherbergzame kliffen naar het zachte zand waar de golven rustig tegenaan klotsen. Wie met de trein reist, stapt uit in Èze-sur-Mer en verlaat het station langs de avenue Poincaré om meteen aan de Sentier Nietzsche te beginnen, een klim van zo’n 2 km met een hoogteverschil van 400 meter.
Friedrich Nietzsche kwam in aanraking met de Riviera in 1883, op een historisch dieptepunt in zijn leven. Hij had een blauwtje gelopen bij Lou Salomé, zijn vriendschap met Richard Wagner was geëindigd in een bittere strijd en zijn werk verkocht niet. Hij voelde zich onbegrepen, onbemind en had bovendien een zwakke gezondheid. Voor het laatste ging hij op gezondheidskuur naar de Riviera.
Met de filosofe en psychoanalytica Lou Salomé zou het nooit ver meer goed komen, al zorgde het liefdesverdriet na de afwijzing wel voor een creatieve boost. Nietzsche verbleef in Nice en exploreerde de buurt. Het ging snel beter met zijn gezondheid, hij beweerde probleemloos zeven of acht uur achter elkaar te kunnen wandelen in de heuvels en ook met zijn inspiratie ging het de goede kant op. Het derde deel van Also sprach Zarathustra schreef hij tijdens zijn winterverblijf aan de Riviera: de landschappen en natuurpracht die zich langzaam ontvouwden op weg naar Èze inspireerden hem om opnieuw te schrijven. Hij zou wel zeven keer naar Èze terugkeren tussen 1880 en 1888.
Geurstokjes in de ruïne
Ook voor de gewone sterveling is het Nietzschepad een heerlijke manier om Èze te ontdekken. Een behoorlijke klim, maar meer dan de moeite waard. Anderhalf uur lang wisselen rotspartijen en maquis elkaar af, met nu en dan een fabuleus uitzicht op de zilveren Middellandse Zee, Saint-Jean-Cap-Ferrat en bij helder weer Saint-Tropez.

Van het hoger gelegen dorpje vang je zo nu en dan een glimp op, een stukje kerktoren, een wazig tapijt van bougainvilles tegen de felblauwe lucht, terrassen met olijfbomen. Als je ervoor hebt gekozen om de wandeling ’s morgens te maken, kun je verdwalen in het verstilde labyrint van kronkelige straatjes en pittoreske pleintjes. Op het hoogste punt ligt de Jardin Exotique, een uitzonderlijke verzameling vetplanten uit alle continenten, aangelegd op de ruïnes van het oude kasteel uit de 12e eeuw.

De strategisch perfecte positie van het Moorse kasteel – in handen van de Savoia – beviel Lodewijk XIV niet, en hij liet het in 1706 vernietigen. De restanten werden dé plaats voor een romantisch rendez-vous tijdens de belle époque.
In het hoogseizoen is er voor romantiek niet veel plaats meer in Èze. De meeste toeristen lopen niet in Nietzsches voetsporen maar komen met busladingen tot vlak voor de ingang van het dorp, waar een enorm filiaal van parfumerie Fragonard de rivieragangers verleidt met dure parfums, geurstokjes, foulards en andere parafernalia. Een goede raad: vermijd de drukke momenten en bezoek Èze ’s ochtends, het zal de authenticiteit van je ervaring alleen maar ten goede komen.
De weg uit het vagevuur
Van Èze is het letterlijk maar een boogscheut naar La Turbie – Turbia, het tweede dorpje van de ‘villages perchés’ tussen Nice en Monaco. Er zijn heel wat goede redenen om het hangende dorp te bezoeken.
La Turbie maakt deel uit van het natuurreservaat Parc de la Grande Corniche, 712 hectare met kalkstenen plateaus die tronen boven scherpe afgronden of ‘baous’, grotten, riviertjes, indrukwekkende zinkgaten, spelonken en kloven. Het is een van de enige parken waar het kustecosysteem van de Alpes-Maritimes nog intact te bewonderen is. Zelden is een ervaring zó 360°. Je kijkt sprakeloos naar de Mercantour in de verte, je ziet beschermde dier- en plantensoorten, even lijkt de wereld alleen voor jou te bestaan. Dan draai je je om en wordt je blik van Sanremo naar Esterel gezogen. Een afstand van 85 km. De corniche slingert tussen de kalkstenen rotsen, en achter iedere haarspeldbocht schuilt weer een ander uitzicht, het ene nog prachtiger dan het andere.

Helemaal anders was het voor Dante Alighieri die het ruige ezelspad nam toen hij in ballingschap van zijn geliefde Firenze naar het noorden trok. Hij schreef erover in de Divina Commedia bij de beschrijving van de weg uit het Purgatorio: strompelend over loszittende stenen en zand, onder de blakende zon, in een eindeloze opeenvolging van klimmen en afdalen, een helse onderneming.
De Britse dichter Tennyson zag het lieflijker. In zijn versie stroomt er een bruisende bergbeek door de rotsige vallei naar beneden, richting het zonbeschenen water dat zacht deint in de zomerse warmte: “Down the rocky dell, The torrent vineyard streaming fell, To meet the sun and sunny waters, That only heaved with a summer swell .”
Een monument voor Augustus
Hoewel de natuur op zijn minst monumentaal te noemen is, hebben de meeste bezoekers een andere drijfveer om naar het dorp te klimmen. In Turbia staat immers de trofee van Augustus, een herinnering van de Romeinen aan de onderworpen volkeren.

Tussen 25 en 14 voor Christus slaagt keizer Augustus erin om de laatste vijandige Alpijnse volkeren in te lijven bij het Romeinse Rijk. Niets staat de handel tussen het Italische en het Iberische schiereiland dan nog in de weg. Een nieuwe route, de via Julia Augusta, zal vanaf 12 voor Christus langs de kust het zuiden met het noorden verbinden.
Om duidelijk te maken wie de macht heeft, laat de senaat in 7-6 voor Christus de Trofee van de Alpen bouwen, een massief bouwwerk, in totaal 50 meter hoog, met 24 zuilen, een koepel en daar bovenop de princeps zelf, keizer Augustus. Op één van de zijden van de basis stond een inscriptie van de senaat en het Romeinse volk, een eerbetoon, gevolgd door de namen van de 46 volkeren die Augustus had onderworpen om tot de pax romana te komen. De trofee is tegelijk een illustratie van de macht van Rome en een symbool van de vrede die vijf eeuwen zou duren.
In de middeleeuwen ging het al bergaf met het monument, hoewel de centrale cilinder nog als uitkijktoren werd gebruikt. In de 20e eeuw begon een serieuze restauratie, die resulteerde in een mooi aangelegd park waar je de geschiedenis van de regio en van de Romeinse overheersing leert kennen en verreweg het mooiste zicht hebt over de hele Riviera. Vanuit La Turbie kan je te voet via een oud pad of met de auto naar Monaco door de spectaculaire Tête de Chien, een voorgebergte dat abrupt eindigt in de zee.
Het rijk van de Grimaldi’s
Niets voorspelde dat Monaco ooit de luxueuze vrijhaven zou zijn die het nu is. De start van de Grimaldi’s was zelfs allesbehalve stijlvol.
In 1162 gaf keizer Frederik Barbarossa een stuk land aan de Genovezen om hen te bedanken voor bewezen diensten in de strijd tegen de Saracenen. Genova bouwde er een kasteel om beurtelings Ghibellijnen of Guelfen in ballingschap onder te brengen. De eerste Grimaldi dook op in de 14e eeuw: Carlo Grimaldi, een huurling en warlord ten dienste van Frankrijk. Door piraterij slaagde hij erin om Roccabruna en Mentone in te palmen.

De mannelijke Grimaldilijn stierf uit en het was Louise Hyppolyte die in 1731 als soevereine vorstin zou regeren. Zeven maanden na haar aankomst stierf ze aan de pokken. Haar man – die haar naam had gekregen – nam de scepter over maar verkoos Versailles boven le Rocher.
De Grimaldi’s volgden elkaar op maar lieten weinig sporen na. In 1848 verklaarden Mentone en Roccabruna zich onafhankelijk en vroegen ze steun aan het koninkrijk Sardinië. De Grimaldi’s verloren hiermee 90% van hun territorium en meteen ook de belangrijkste inkomsten. Charles III hoopte de financiële aderlating te lenigen met de oprichting van een nieuw casino in 1863. In Frankrijk en Italië was de roulette verboden, waardoor de ministaat in een klap populair werd bij gokliefhebbers.
Belastingvrije speeltuin voor superrijken
Het gehucht les Spélugues werd in recordtempo ontwikkeld om de beau monde van de hele wereld te ontvangen. Charles III herdoopte het ‘Monte Carlo’, naar … zichzelf. Om van Monaco een gokeldorado te maken gaf hij de teugels in handen van François Blanc, een vastgoedmakelaar die eerder al het Duitse Homburg op de gokkaart wist te zetten.

De prins en Blanc tekenden een concessie voor 50 jaar. Vanaf dan kwamen de inkomsten binnen en ging het snel voor de Monegasken en voor Blanc, die heel wat gebouwen met privékapitaal financierde, zoals het station. De spoorlijn zorgde voor een betere bereikbaarheid – het zwakke punt van Monaco tot dan – en er kwam een concertzaal in het casino en een exclusief hotel. O
p aanraden van zijn echtgenote Antoinette de Mérode-Westerloo schrapte Charles III de belastingen voor de inwoners van Monaco. Van 1877 tot 1907 was Monte Carlo het enige casino in Europa en groeide Monaco uit tot de wereldhoofdstad van het kansspel. In 1910 leek het even fout te gaan. De Monegasken kwamen in opstand tegen de buitenlandse inmenging en tegen het gebrek aan inspraak in de dwergstaat. Prins Albert I koos eieren voor zijn geld en stemde in met een nieuwe staatsvorm. Er kwam een grondwet en Monaco werd hiermee een constitutionele monarchie.
Sinds het einde van de concessie heeft de vorst de meerderheid van de aandelen in Blancs Société des Bains de Mer, die niet alleen het casino maar ook de exclusieve hotels aan de Place du Casino uitbaat.
Mariene wereld
Je kan een gokje wagen of genieten van de splendeur in de vorm van weelderige jachten of ronkende sportwagens, maar je kan ook slenteren door Monaco-Ville. In de smalle steegjes met kleurrijke façades waan je je al snel ver weg van de mondaine inwoners – een op drie Monegasken is miljonair – en het uiterlijk vertoon.
Wie geen ethische bezwaren heeft tegen dieren in gevangenschap mag het Musée Océanographique de Monaco niet missen. Het is één van de oudste aquaria ter wereld én een ultramoderne omgeving waar je de belangrijkste mariene ecosystemen kan leren kennen. Het museum heeft een indrukwekkende publiekswerking en doet er, samen met het bijhorende Institut Océanographique, alles aan om de mariene wetenschap ruim bekend te maken en te sensibiliseren rond de gevaren die de oceanen bedreigen. Het was Albert I die in 1906 al het instituut oprichtte met als doel “faire connaître, aimer et protéger l’océan”.
Op dit ogenblik loopt de tentoonstelling Méditerranée 2050, een terugblik en een flash forward naar de inwoners van de oceaan, de vegetatie en de samenleving met de menselijke soort. Een pleidooi voor de bescherming van alle soorten én een vreedzame co-existentie, de eigenaars van de luxejachten even verderop zullen het graag horen!
Volgende keer gaan we in deze reeks over de Riviera naar Menton – Mentone, de meest Italiaanse van de Franse steden. We steken bijna achteloos de grens over en verkennen Ventimiglia.
Foto’s
Eze: zicht vanuit le Jardin Exotique
Eze2
La Turbie: triomf van Augustus: Anne Rodelato – Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=16377977