Mythen, sagen en legendes vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer. In deze reeks komen de oude volksverhalen, die van generatie tot generatie daar zijn doorverteld, weer tot leven.
Duizenden jaren geleden, toen de aarde nog zwanger was van alle bergen, bracht zij op een dag op wonderbaarlijke wijze, met een oorverdovend en agressief gebulder, twee van haar vele kinderen ter wereld: Reit en Scale.
Het geweeklaag van de doorboorde bodem duurde echter zeer kort en, als grote paddenstoelen met brede hoeden, groeiden de granieten kolossen snel omhoog.
Majestueus en indrukwekkend stonden de twee bergen naast elkaar, en de liefde die hen wanhopig verbond, ontstaan in de ingewanden van de aarde toen hun materie nog één en dezelfde was, probeerde tot het uiterste de kracht van onderen te weerstaan, die onvermijdelijk hun twee kammen dwong om ver uit elkaar te komen te liggen.
Deze afstand versterkte hun genegenheid en een diepe droefheid maakte zich van hen meester. Hoe konden zij, zo innig verbonden, ver en onbeweeglijk van elkaar gescheiden blijven? Waar was de zorgeloosheid waarmee zij speelden toen zij, nog weinig vast, voelbaar waren in de schoot van Moeder Aarde?
De tijd verstreek en Reit werd steeds mooier, weelderig begroeid met berken met witte schors, met dennen druipend van donkergroen loof, met lariksen die door het vallen van hun naalden het pad voor de herders zachter maakten; terwijl Scale, van zijn kant, een ruw en streng karakter aannam, zoals het een man met temperament betaamt, met zijn scherpe stenen en zijn grijze bergkammen.
Er verstreek opnieuw tijd en de Adda, die traag aan hun voeten stroomde, hielp, zoals elk zichzelf respecterend water, hun vruchtbaarheid.
Negenduizend jaar later werd Reit rond en zacht, kortom veel vrouwelijker; terwijl Scale, trotser dan ooit, de lucht vulde met de zoete ijdelheid van iemand die op het punt staat vader te worden.
Op een prachtige septemberochtend, zo’n ochtend waarop de hemel helder, zuiver en scherp is en de waarheid op een schilderij doet lijken, lieten zich van de wanden van Reit de eerste grote rotsblokken los, en slechts een ogenblik later stortte het ongeboren kind neer aan de voeten van de vader. Deze, na in stilte ontroerd te hebben geglimlacht, liet om een harde val te voorkomen zachte en fijne aarde van zijn flanken glijden, alsof hij het met krachtige, stoffige handen omarmde.
De moeder liet haar pijnlijke maar gelukkige blik rusten op haar echtgenoot, en dit moment van intense verstandhouding leeft nog altijd voort in het geheugen van de wereld als een magisch ogenblik.
Het kind, dat moest maar niet wilde kiezen waar het zou gaan liggen en verlangde zowel moeder als vader nabij te hebben, besloot zich tussen hen neer te vlijen en gaf zo geboorte aan de kom van het Magnifieke Land van Bormio.
In heldere nachten, wanneer de natuur niet bang is zich in al haar volledigheid en pracht te tonen omdat de mens slaapt en zich dus niet bedreigd voelt, zorgen Reit en Scale voor hun kind: ze strelen het zachtjes, wassen het met ochtendrijp en zingen voor hem allerzoetste liederen. Daarom, mocht ook bij u de wens opkomen om te buigen en met tederheid de aarde aan te raken waarop u loopt, doe het dan en schaam u er nooit voor.
Vrij naar Massimo dei Cas