Legendes uit het Valtellina (96): Het kruisbeeld van de Combo

Ponte Combo

Mythen, sagen en legendes vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer. In deze reeks komen de oude volksverhalen, die van generatie tot generatie daar zijn doorverteld, weer tot leven.

 

Bormio wordt doorkruist door de beek Frodolfo, die uit Valfurva naar beneden stroomt. De meest westelijke brug over de Frodolfo is de Combo-brug, met haar ezelsrugboog, die toegang geeft tot de gelijknamige wijk ten zuidoosten van het stadscentrum. Het is een zeer oude brug, die minstens uit de veertiende eeuw dateert en in de zestiende en achttiende eeuw werd herbouwd na verwoestende overstromingen. Haar historische betekenis is groot, want hierlangs trokken zij die vanuit of naar het midden van de Valtellina reisden, over de Valeriana-weg, ook wel de weg van Pöira genoemd.

Even voorbij de brug bereiken we via de Via Crocifisso een klein pleintje, waar de kerk van het Allerheiligste Kruis staat. Oorspronkelijk heette zij echter de kerk van Sint-Antonius, want bij haar bouw in 1368 werd zij aan deze heilige gewijd. De latere naam dankt zij aan een houten beeld van de gekruisigde Christus, vermoedelijk uit de vijftiende eeuw, dat er later werd ondergebracht. De verering van dit kruisbeeld bleef door de eeuwen heen zeer levendig, niet alleen in Bormio maar ook in de omliggende valleien. Nog steeds komt zij tot uitdrukking in de rituelen van het zogeheten trasporto, wanneer het kruisbeeld in een plechtige processie naar de parochiekerk van de heiligen Gervasius en Protasius wordt gedragen. Daar ontvangt het enkele dagen de hulde van de gelovigen, voordat het weer over de Frodolfo wordt teruggebracht.

Deze devotie is ook verbonden met een legende die ons terugvoert naar het begin van de vierde eeuw na Christus, de tijd waarin het christelijk geloof zijn eerste intrede deed in de nog heidense hoge Valtellina. Hoofdpersoon van de legende is een eenvoudige herder uit Valfurva, die ’s zomers zijn kudde naar de alpenweiden bracht. Hij was christen in een tijd waarin het belijden van dat geloof zelfs de dood kon betekenen. Terwijl hij zijn schapen hoedde, had hij veel tijd, die hij graag besteedde aan het snijden van houten beelden van dierbaren.

Op een dag betrok de hemel plotseling en barstte een hevig onweer los. De herder zocht met zijn schapen beschutting onder een lariks en riep de bescherming van de hemel in door het kruisteken te maken. Die bescherming werd hem geschonken: een felle bliksem sloeg in op de lariks en verbrandde die volledig, maar spaarde de herder en zijn dieren. Toen hij van zijn schrik was bekomen, zag hij dat de verkoolde resten van de takken op de stam de vorm van een kruis hadden aangenomen. Hij begreep dat dit een wonder was, dat de Heer hem opnieuw het leven had geschonken.

Vanaf dat moment werd hij door één gedachte bezield: hij moest een beeld scheppen van de Heer die zich voor hem had opgeofferd. Dat viel hem niet moeilijk, bedreven houtsnijder als hij was. Drie dagen en drie nachten werkte hij onafgebroken en uit het zwartgeblakerde hout van de lariks sneed hij een groot houten kruisbeeld. Aan het einde van de zomer nam hij het mee naar het dal, naar het huis van zijn familie.

Dat was een groot risico: als dit onmiskenbare teken van zijn geloof ontdekt zou worden, kon het hem het leven kosten. Toch aarzelde hij niet het kruisbeeld bij zich te houden, verborgen in de broodkist, ook omdat het voor hem een levend kruisbeeld was. En dat was het ook: tijdens een hongersnood werd het kruisbeeld op wonderbare wijze tot brood, waardoor de familie van de herder kon overleven.

Maar hier neemt de legende een tragische wending. Een bedelaar, die tijdens de strenge winter in het huis van de herder was opgenomen en het kruisbeeld had gezien in de broodkist waaruit hij aalmoezen had ontvangen, verklikte hem. Daarmee bezegelde hij zijn doodvonnis. De autoriteiten kwamen en doodden de herder in zijn eigen huis en lieten zijn vrouw en kinderen achter in een onpeilbaar en verscheurend verdriet.

Het kruisbeeld bleef echter bestaan, en het bleef levend. Dat ondervond dezelfde bedelaar, die diezelfde winter opnieuw in bittere armoede verkeerde en terugkeerde naar het huis dat hij verraden had. Opnieuw kreeg hij brood aangeboden, zonder wrok of wraak. Toen de broodkist werd geopend, zag hij een echte man: de man aan het kruis. Maar voor de bedelaar leek het een verborgen man in huis, wellicht een andere christen, en hij verklikte opnieuw wat hij had gezien.

Deze keer echter, toen de soldaten kwamen, was het al lente. De vrouw, de kinderen en de schapen bevonden zich hoog in de bergen, op de weiden. Het huis werd in brand gestoken en het kruisbeeld werd in de Frodolfo geworpen, juist op het moment dat de beek, gezwollen door een hevig onweer, met geweld naar het dal stroomde. Maar het kruisbeeld verdween niet in de draaikolken: wonderbaarlijk genoeg werd het intact teruggevonden bij de toegang tot Bormio, langs de rivier, tussen de elzen.

 

Vrij naar Massimo dei Cas

 

Sluit je vandaag nog GRATIS aan als Italofan!

Over Ruud Metselaar 220 Artikelen
Ruud Metselaar is emeritus hoogleraar van de Technische Universiteit Eindhoven. Hij is al tientallen jaren een vaste bezoeker van het Comomeer en heeft zich in die tijd verdiept in de geschiedenis, het landschap en de kunst van dit gebied. Veel van zijn ervaringen werden gepubliceerd in artikelen, waarvan een groot deel is verwerkt in vijf boeken. Voor meer info kan je Ruud contacteren via rmetselaar@on.nl. Als je de verhalen over het Comomeer en Valtellina wil lezen dan kan dat ook door te gaan naar https://www.solemio.nl/nieuws-omtrent-comomeer-italie/comomeer-informatie-test/

Taste-Italy.be maakt gebruik van cookies. Door onze website te bezoeken verklaar je je hiermee akkoord. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'cookies toestaan" om de surfervaring te verbeteren. Als je doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van de cookie-instellingen of je klikt op "Accepteren" dan ga je akkoord met deze instellingen.

Sluiten