Politieke moorden in Italië: Brigate Rose vermoorden Aldo Moro (1978)

Aldo Moro in de jaren 70 van vorige eeuw
Aldo Moro in de jaren 70 van vorige eeuw

Aldo Moro: moord op een staatsman die het compromis met links zocht

De voormalige voorzitter van de Italiaanse politieke partij DC of Democrazia Cristiana, die in 1978 werd vermoord door de Brigate Rosse, werd geboren op 23 september 1916 in Maglie, in de provincie Lecce (Puglia). Na zijn studie aan de Liceo “Archita” te Taranto, studeerde hij rechten aan de Universiteit van Bari. Hij studeerde af op een proefschrift over “La capacità giuridica penale” (de strafrechtelijke handelingsbekwaamheid). Het proefschrift zou zijn eerste wetenschappelijke publicatie worden en lanceerde hem in een universitaire carrière.

Na een paar jaar academische loopbaan richtte hij in 1943 met enkele intellectuele vrienden in Bari het tijdschrift “La Rassegna” op. Dat werd uitgegeven tot 1945, het jaar waarin hij trouwde met Eleonora Chiavarelli, met wie hij vier kinderen zou krijgen. In diezelfde periode werd hij voorzitter van de Movimento Laureati dell’Azione Cattolica (Beweging van afgestudeerden voor katholieke actie). Tegelijk was hij redacteur van het tijdschrift “Studium”. Hij zette zich in om jonge afgestudeerden gevoelig te maken voor politiek engagement. In 1946 werd hij gekozen in de grondwetgevende vergadering en werd hij lid van de commissie “75” die belast was met het opstellen van de grondwetstekst. Daarnaast was hij rapporteur voor het gedeelte betreffende “de rechten van de mens en de burger”. Hij was ook vice-voorzitter van de fractie van de Democrazia Cristiana in het Parlement.

Parlementslid

Bij de verkiezingen van 18 april 1948 koos men hem tot parlementslid in het kiesdistrict Bari-Foggia en benoemde men hem tot ondersecretaris van Buitenlandse Zaken in het vijfde kabinet-De Gasperi. Intussen ging hij gewoon door als docent en lector, en verschenen vele publicaties op zijn naam.

In 1953 werd hij hoogleraar strafrecht aan de universiteit van Bari. Hij werd herkozen in het parlement en schoof op naar het voorzitterschap van de fractie van de DC in de Camera dei Deputati (Kamer van Afgevaardigden). Als solide en vastberaden man werd hij in 1955 minister van Justitie in de eerste regering Segni.

In 1956, tijdens het 6e Nationale Congres van de DC in Trento, consolideerde hij zijn positie binnen de Partij. Hij behoorde tot de eersten die in de Nationale Raad van de partij werden verkozen. Het jaar daarop werd hij minister van Onderwijs in de regering-Zoli. Hij was verantwoordelijk voor de invoering van burgerschapsonderwijs op scholen. Hij werd in 1958 herkozen in de Kamer van Afgevaardigden en was opnieuw minister van Onderwijs in de tweede regering-Fanfani.

Samenwerking met links

1959 is een heel belangrijk jaar voor Aldo Moro. Op dat 7e Christen-Democratische Congres zou hij zegevieren, zozeer zelfs dat het Partijsecretariaat hem toekwam. Deze functie zou hij bekleden tot januari 1964. In 1963 toen hij herkozen was in de Kamer van Afgevaardigden, vormde hij de eerste centrum-linkse regering. Moro bleef tot juni 1968 onafgebroken premier aan het hoofd van drie opeenvolgende coalitieministeries samen met de Socialistische Partij.

Daarbij was Moro de drijvende kracht achter het beroemde “historische compromis” (hij gebruikte uitdrukkingen als “parallelle convergenties”), waarbij hij toenadering zocht tot de meer gematigde policiti aan communistische en linkse zijde.

Deze compromissen met de linkerzijde namen zijn tegenstanders Moro niet in dank af. Met name bij de kiezers van de PCI (de communistische partij) maar ook bij meer gematigde kiezers. Dat bleek tijdens de verkiezingen van 1968, waarin het volk Moro weliswaar herkoos, maar de coalitiepartijen stuk voor stuk afstrafte. Dit leidde tot de crisis van centrum-links. Dat ook de reputatie van Moro door dit gebeuren een knauw kreeg, staat vast.

Van 1970 tot 1974 bekleedde hij, zij het met enige onderbrekingen, het ambt van minister van Buitenlandse Zaken. Aan het einde van deze periode keerde hij terug naar het voorzitterschap van de Raad voor de vierde keer, tot januari 1976.

In juli 1976 werd hij verkozen tot voorzitter van de DC Nationale Raad.

Rode Brigades

Op 16 maart 1978 volgt de tragische epiloog van het leven van de onfortuinlijke politicus. Een commando van de Rode Brigades stormde de Via Fani in Rome binnen. Moro was op dat ogenblik op doorreis om naar het Parlement te gaan. Daar zou hij deelnemen aan het debat over het vertrouwen van de vierde regering Andreotti, de eerste regering met de steun van de PCI.  Het commando vermoordde Moro’s vijf begeleiders en ontvoerde de staatsman. Kort daarna eisten de Rode Brigades de actie op met een telefoontje naar het Italiaans persbureau Ansa. Het hele land besefte duidelijk dat dit een aanval was in het hart van de democratische instellingen.

Via een telefoontje naar de krant “il Messaggero” op 18 maart verspreiden de Brigate Rosse hun “Communiqué nr. 1”. Daarin ondermeer de foto van Aldo Moro en de aankondiging van zijn “proces”. De dag daarop lanceert paus Paulus VI zijn eerste oproep voor Moro . Geheime diensten over de hele wereld slaagden er niet in de plaats te vinden waar de terroristen Moro hadden ondergebracht. Vanuit wat de Brigate Rosse “de gevangenis van het volk” noemden riep Moro onophoudelijk in talrijke brieven op tot onderhandelingen.

Op 9 mei, na meer dan vijftig dagen gevangenschap en uitputtende onderhandelingen met de toenmalige staatsleiders, vermoordden de Brigate Rosse de staatsman op barbaarse wijze. Zij waren er van overtuigd dat dit de enige coherente weg was die moest worden bewandeld. Zijn gijzeling had een uitgebreid debat uitgelokt tussen degenen die bereid waren toe te geven aan de eisen van de gijzelnemers en degenen die daar duidelijk tegen waren. De kwestie verscheurde Italië, zowel politiek als moreel.

Moro vermoord

Aan dit verhitte klimaat kwam een einde door het dramatische telefoontje van Moro’s beulen. Zij deelden aan een hooggeplaatst politicus rechtstreeks mee dat Moro’s lichaam dood kon worden aangetroffen in de kofferbak van een auto in de Via Caetani. Geen toeval, deze plek want halverwege tussen de Piazza del Gesù, het hoofdkwartier van de Christen-Democraten, en de Via delle Botteghe Oscure, het historische hoofdkwartier van de Italiaanse Communistische Partij. Uit latere reconstructies, die ondanks veel tijd en onderzoek nog steeds niet volledig zijn afgerond, zou blijken dat de staatsman door de brigatist Moretti vermoord is in een garage in de Via Montalcini, de schuilplaats de door de brigatisten als “volksgevangenis” werd gebruikt.

Zijn echtgenote Eleonora en zijn dochter Maria Fidae hebben later op grond van nieuwe elementen, verzocht om heropening van het onderzoek in de zaak Moro. Op 14 januari 2004 werden brigatisten Rita Algranati en Maurizio Falessi gearresteerd, die voortvluchtig waren in Noord-Afrika. De eerste was al veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor de moord op Moro. Tot op vandaag blijft Alessio Casimirri, de echtgenoot van Algranati, de enige voortvluchtige van de Brigate Rossegroep die deelnam aan de hinderlaag in Via Fani.

 

Over Steven Van Raemdonck 231 Artikelen
Steven Van Raemdonck is één van de oprichters van Taste Italy vzw, en neemt de voorzittersfunctie van de vereniging waar.

Taste-Italy.be maakt gebruik van cookies. Door onze website te bezoeken verklaar je je hiermee akkoord. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'cookies toestaan" om de surfervaring te verbeteren. Als je doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van de cookie-instellingen of je klikt op "Accepteren" dan ga je akkoord met deze instellingen.

Sluiten