Mythen, sagen en legendes vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer. In deze reeks komen de oude volksverhalen, die van generatie tot generatie daar zijn doorverteld, weer tot leven.
Lang geleden woonde er in Bormio een vrouw die men slechts kende als de Witte Dame. Niemand wist waar ze vandaan kwam. Men zei dat ze uit het schaduwrijk kwam — een wereld tussen leven en dood. Ze werd altijd gezien in lange, witte sluiers die in de wind golfden als nevel over de Alpen.
De Witte Dame bezat oude perkamenten, vol met vreemde tekens en vergeelde kaarten. Volgens die geschriften lag er diep onder de aarde een verborgen schat, bewaakt door de geesten van het verleden. Vastbesloten daalde ze op een koude nacht af in de diepte van een verlaten grot, slechts geleid door het flakkerende licht van haar toorts.
De trap die ze volgde leek eindeloos, en de lucht werd steeds kouder en stiller. Toen ze de laatste treden bereikte, doofde plots haar toorts — alsof een onzichtbare hand het licht had uitgeblazen. Er klonk een echo, een zucht… en daarna niets meer.
Sindsdien heeft niemand haar ooit nog gezien. Maar op mistige nachten, wanneer de maan over de bergen glijdt, zeggen de bewoners van Bormio dat ze een witte gestalte zien dwalen bij de ingang van de grot. En als je goed luistert, hoor je haar fluisteren — op zoek naar haar verloren schat.
