Legendes uit het Valchiavenna (1): De slang van Chiavenna

Het Valchiavenna is het dal van de rivier de Mera, die vanuit de Alpen in zuidelijke richting stroomt en uitmondt aan de noordpunt van het Comomeer. De belangrijkste plaats is Chiavenna, aan de voet van de Alpen. Bij dit dorp beginnen twee routes naar Zwitserland, één over de Splugapas, de ander over de Maloja en Julierpas. Rond Chiavenna en de verschillende zijdalen spelen talloze legendes, waarvan je er hier een kan ontdekken.

Het valt op dat er veel verhalen zijn waarin heksen of duivels een rol spelen. Dit komt ons nu ongeloofwaardig over, maar voor de mensen in die vroegere eeuwen was dit niet het geval. Heksenvervolgingen (inquisitie) vonden in dit hele gebied veelvuldig plaats. Talloze vrouwen eindigden dan ook op de brandstapel.

 

In een oude legende, op papier gezet door Alfredo Martinelli[1] wordt verteld wat de herkomst is van deze titel. Het verhaal speelt in een tijd dat de inwoners van Chiavenna geplaagd werden door invasie van vliegjes en kleine insecten. Niet alleen waren ze vervelend voor de mensen, maar ze hadden ook desastreuze gevolgen voor de boeren: de ongewenste gasten deden zich tegoed aan de oogst, vooral het fruit en de groenten. Het ging werkelijk om een Bijbelse plaag en de Chiavennaschi probeerden van alles om zich te ontdoen van deze insecten. Helaas, niets hielp en daarom wendden ze zich tenslotte, ten einde raad, tot een tovenaar die bekend stond om zijn waarzeggerij en tovenarij. Wel sprak hij altijd in raadselen en ook het antwoord dat hij hen gaf, was raadselachtig. Hij vroeg alleen maar of ze een witte slang hadden gezien, zonder daaraan enige verklaring toe te voegen om dit te verduidelijken.

De Chiavennaschi bleven verstomd achter, maar durfden niets meer te vragen en zeiden alleen dat ze vele slangen hadden gezien maar dat daar nooit een witte bij was. Daarna gingen ze terug naar huis, ervan overtuigd dat de tovenaar ze niet wilde of niet kon helpen. Hun verbazing nam nog toe toen ze de magiër nog op de avond van diezelfde dag de stad binnen zagen komen terwijl hij de mensen om zich heen opriep om te gaan oogsten. Wat gebeurde er? Had de tovenaar zich bedacht?

Zonder zich iets aan te trekken van de vragende ogen, vroeg hij hen een grote brandstapel te maken. Niemand durfde te vragen waarom en men verzamelde een grote berg hout. Hij stak zelf het vuur aan en de vlammen verlichtten al snel het donker van de nacht.

Op een gegeven moment haalde de tovenaar een magisch instrument onder zijn mantel vandaan en begon hierop een melodie te spelen. Een vreemde melodie die men nooit eerder had gehoord, een magische melodie die een geheimzinnig wezen uit het vuur tevoorschijn toverde. In het begin was het nog onduidelijk welke vorm zich aftekende in de vlammen, maar langzamerhand werd het steeds duidelijker zichtbaar. Het was een witte slang, de witte slang waarover de tovenaar eerder had gesproken. Het mysterieuze dier trok, terwijl het heen en weer schoot door de vlammen alle vliegen en andere insecten aan en allemaal werden ze verslonden door de vlammen en verdwenen voor altijd uit de omgeving.

De inwoners van Chiavenna die erbij waren, bleven ontzet achter. Ze waren nog niet bijgekomen van de verbazing toen er iets nog veel wonderlijkers gebeurde. Het vuur was nog meer opgelaaid, bijna verblindend, toen de slang uit het vuur naar de tovenaar kwam, zich om hem heen wikkelde en hem meesleepte de vlammen in. Dit alles gebeurde in een oogwenk. De tovenaar, nog altijd in de slang gewikkeld, begon te branden en verdween met de slang om zich heen. Aan het eind waren er alleen nog de vlammen: de slang en de tovenaar waren verdwenen. Ook de vlammen begonnen nu te verdwijnen totdat er voor de onthutste aanwezigen alleen nog een smeulende hoop as overbleef.

Stel je voor wat er omging in de gedachten van diegene die getuigen waren geweest van alles wat er die bijzondere avond was voorgevallen. Er was zowel het gevoel van opluchting als van angst. Opluchting dat men was verlost van de insectenplaag, maar ook angst voor het ellendige einde van de tovenaar.

Maar vooral ook vroeg men zich af wie toch die mysterieuze witte slang was. Sommige dachten dat het een zichtbare manifestatie was van de krachten die de tovenaar had opgeroepen en die de stad hadden verlost van de schadelijke insecten, anderen dachten aan een kracht die de tovenaar had gestraft voor een goddeloze handelingen. Misschien had hij zelf wel de insectenplaag veroorzaakt. Maar men was het er wel over eens dat de witte slang een beschermende kracht had, zowel tegen de insecten, maar ook tegen het kwaad en de magische praktijken. En als zodanig werd ze ook bij vele deurposten van de palazzi afgebeeld.

 

[1] A. Martinelli, L’erba della Memoria-Legende e racconti Valtellinesi., Picolo Tibeti, Milaan 1964, pag. 205- 211.

Sluit je vandaag nog GRATIS aan als Italofan!

 

Over Ruud Metselaar 123 Artikelen
Ruud Metselaar is emeritus hoogleraar van de Technische Universiteit Eindhoven. Hij is al tientallen jaren een vaste bezoeker van het Comomeer en heeft zich in die tijd verdiept in de geschiedenis, het landschap en de kunst van dit gebied. Veel van zijn ervaringen werden gepubliceerd in artikelen, waarvan een groot deel is verwerkt in vijf boeken. Meer informatie kan je vinden op http://comomeerinfo.nl/index.html