F1 racers: Riccardo Patrese, meest succesvolle in moderne F1

Riccardo Patrese in de VS in 1991

Het is geen toeval dat Italië en snelheid zo vaak in één adem worden genoemd. Merken als Ferrari, Lamborghini en Maserati heeft voortgebracht. Zelfs de Vespa vertegenwoordigt de liefde van de gemiddelde Italiaan voor vrijheid en snelheid. Geen wonder dat ruim 100 Italiaanse autocoureurs ooit achter het stuur kropen van een auto in de hoogste klasse van het autoracen, de Formule 1. Niet allemaal waren ze even succesvol. In deze reeks maken we plaats voor de bekendste en succesvolste F1-racers uit Italië. Vandaag: Riccardo Patrese.

Patrese in 1982 tijdens de GP van Nederland

Riccardo Patrese is de meest succesvolle Italiaanse coureur in de geschiedenis van de moderne Formule 1. Alleen Farina en Ascari, die ook in deze reeks nog aan bod komen, deden het in de jaren 1950 beter dan hij.

Patrese werd op 17 april 1954 in Padua geboren in een welgestelde familie. Zijn moeder Elena doceert literatuur op de middelbare school. Zijn vader Mario is kruidenier. Riccardo skiede en zwom op wedstrijdniveau, een sport die hij opgaf toen hij verliefd werd op de motorsport. Aanvankelijk racete hij puur voor zijn plezier. Maar daarna wijdde hij zich met hart en ziel aan wat zijn hoofdactiviteit zou worden.

Vroege jaren

Na overtuigende overwinningen in de karting – waarmee hij het Italiaanse kampioenschap, twee Europese titels en het wereldkampioenschap won – gingen voor Riccardo Patrese de deuren van het professionalisme open. Eerst in de Formule 3 en iets later in de Formule 2, een serie waarin hij meer dan overtuigende resultaten behaalde.

Met name zijn goede rijvaardigheden die hij in zijn startjaar als F2-piloot liet optekenen, maakten de weg vrij voor zijn debuut in de Formule 1. De coureur uit Padova maakte zijn debuut met een Shadow in de Grand Prix van Monaco. Ondanks allerlei problemen met auto kwam hij als negende over de streep.

In de loop van dat jaar reed hij zowel in de F2 als in de Formule 1, maar zonder noemenswaardige resultaten. Tenminste, tot de laatste race, de Japanse GP ’77, waar hij als zesde over de finish kwam. Meteen zijn eerste punt in het wereldkampioenschap ooit. Aan het einde van het seizoen verliet een deel van het management van  Shadow het team om Arrows op te richten.

Patrese volgde hen en bleef tot eind 1981. Vier seizoenen met magere resultaten, afgezien van een derde plaats op Interlagos en een tweede in San Marino, in de Arrows A3 van 1981. En dan te zeggen dat aan het eind van de jaren zeventig zijn naam werd genoemd bij betere teams als Brabham, Alfa Romeo en – zo zou jaren later blijken – zelfs Ferrari.

Overstap naar Brabham

In 1982 tekende Patrese voor Brabham. 1982, een bijzonder slecht jaar voor de Formule 1. Het seizoen begon voor hem met twee races waarin hij niet finishte. Maar tijdens de Grand Prix West van de VS slaagde hij erin om als derde over de finish te komen en zo op het podium te klimmen. Een puike prestatie, want hij was pas als 18e gestart.

De piloot uit Padova in een Alfa Romeo in 1985

De eerste overwinning kon niet uitblijven. Een paar races later, tijdens de Grand Prix van Monaco, in een race die werd gekenmerkt door veel uitvallers en ongelukken. Patrese spinde ook, waardoor zijn auto stilviel, maar werd geduwd door marshalls en wist opnieuw te starten. Daarna reed hij voorzichtig naar de geblokte vlag. Hoewel hij wint, dringt dit pas tot hem door tijdens de prijsuitreiking.

In 1983 gaat het niet veel beter: de Brabham BT52 heeft duidelijke betrouwbaarheidsproblemen en Patrese haalt maar vier keer het einde van de race, maar hij behaalt wel een derde plaats in Duitsland en nog een overwinning in Zuid-Afrika, in de laatste race van het jaar.

Parenthese met Biscione

In 1984 sloot hij zich aan bij Alfa Romeo, een team gesponsord door Benetton. Door interne wrijvingen binnen het team voldeed de eenzitter niet aan de verwachtingen. Patrese sloot het jaar af met drie races in de punten, waaronder het podium tijdens de Grote Prijs van Italië. Maar in 1985 was de teleurstelling nog bitterder? Hij incasseerde een reeks uitvallers en nul punten in het klassement. Na twee seizoenen achteraan te hebben gezeten, had Patrese moeite om een plaats bij een ander team te vinden.

Hij keerde terug naar Brabham. Dat lukte hem alleen dankzij de hulp van Bernie Ecclestone, die hem terugbracht naar Brabham. Hij vormde team met de betreurde Elio De Angelis, die ook aan bod komt in deze reeks. De BT55 was een innovatieve auto maar wel een met veel betrouwbaarheidsproblemen.

Om deze op te lossen organiseert het team een test in mei en roept Riccardo naar Le Castellet. De Angelis vraagt om in de plaats van zijn teamgenoot het circuit op te gaan. Een fatale beslissing, zo blijkt achteraf. Elio de Angelis overlijdt bij de tests op het circuit van Paul Ricard door een defecte achtervleugel.

Patrese lijdt psychisch, vooral omdat hij denkt dat die auto voor hem bedoeld was. Ondanks de moeilijkheden zet hij het seizoen voort en eindigt het met slechts twee punten. 1987 was Brabhams laatste seizoen onder het management van Ecclestone. De resultaten waren pover. Patrese slaagde erin een overeenkomst te sluiten met Williams, waarmee hij de laatste race van dat jaar de geblesseerde Nigel Mansell verving.

Succes bij Williams

Hoewel langzaam, ging het crescendo met het team Williams. Na een succesvol eerste seizoen sluit Patrese 1989 af op de derde plaats in het kampioenschap, met zes podiumplaatsen. Om weer champagne te kunnen proeven, moet hij echter wachten tot de Grand Prix van San Marino in 1990.

1991 leek een goed jaar te worden, maar de FW14 was even innovatief als onbetrouwbaar. Patrese wint echter in Mexico en Portugal en behaalt verschillende podiumplaatsen. Hij eindigt derde met 53 punten, ver achter leider Senna. In 1992 besluit Riccardo Patrese bij Williams te blijven, ondanks de interesse van andere teams. Zijn technische bijdrage is van fundamenteel belang bij de ontwikkeling van de FW14B.

Helaas zet Williams alles in op Nigel Mansell voor de titelstrijd. De leeuw van Engeland heeft een onberispelijk seizoen en wint de titel, waardoor Patrese tweede wordt in het kampioenschap na zes tweede plaatsen en een overwinning tijdens de Japanse GP.

Laatste seizoen

Patrese in de paddock tijdens de Britse GP van 1993

Toen Williams hem verving door de teruggekeerde Prost, was het enige goede alternatief voor Riccardo Patrese in 1993 een zitje bij Benetton. Daar krijgt hij echter te maken met de veelbelovende Michael Schumacher – toekomstig zevenvoudig wereldkampioen – die hem degradeert tot figurant.

Aan het einde van het seizoen zit hij zonder stuur, maar later dat jaar onderhandelde hij over een terugkeer naar Williams. Hij veranderde echter van gedachten door de tragische dood van Ayrton Senna tijdens het raceweekend in Imola. Zoals Patrese herhaaldelijk in interviews heeft verteld, besloot hij na de dood van de Braziliaanse kampioen om zijn helm aan de wilgen te hangen.

Hij keerde slechts sporadisch terug naar het eenzitterracen, de laatste keer aan boord van de Honda RA107 in 2008, voor ongeveer twintig rondjes gezond plezier. Riccardo Patrese verlaat de Formule 1 na een lange carrière waarin hij 256 Grands Prix reed en daarin 6 overwinningen, 8 polepositions en 37 podiumplaatsen behaalde.

Over Steven Van Raemdonck 218 Artikelen
Steven Van Raemdonck is één van de oprichters van Taste Italy vzw, en neemt de voorzittersfunctie van de vereniging waar.

Taste-Italy.be maakt gebruik van cookies. Door onze website te bezoeken verklaar je je hiermee akkoord. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'cookies toestaan" om de surfervaring te verbeteren. Als je doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van de cookie-instellingen of je klikt op "Accepteren" dan ga je akkoord met deze instellingen.

Sluiten