Mythen, sagen en legendes vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer. In deze reeks komen de oude volksverhalen, die van generatie tot generatie daar zijn doorverteld, weer tot leven.
Lang geleden, toen de gletsjers nog dieper in de valleien lagen, woonden er in een afgelegen Alpendal slechts een paar herdersfamilies. De winters waren er hard, de zomers kort, en vaak mislukte het hooi door slecht weer. De mensen leefden sober en maakten zich steeds zorgen over de komende winter.
In dezelfde vallei zou ook een Wildeman leven: een grote, harige gestalte die ’s nachts tussen de sparren zwierf. De mensen vreesden hem, want hij liet diepe voetsporen achter in de modder en zijn roep galmde soms door het dal als een hoornstoot. Toch had niemand hem ooit echt gezien.
Op een zomeravond, toen de lucht zwaar was van naderend onweer, raakte jonge herder Matthis zijn beste koe kwijt. Wanhopig zocht hij haar tot diep in het bos, waar zelfs ervaren jagers liever niet kwamen. Daar, tussen de hoge stenen, stond een donkere gestalte gebogen over de koe, die vastzat in een greppel. Matthis wilde vluchten, maar de gestalte richtte zich op en zei met een stem als knarsend hout: “Wees niet bang, jongen. Ik doe je niets.”
Het was de Wildeman. Zijn ogen glommen warm, niet woest. Hij tilde de koe moeiteloos uit de greppel en zette haar op haar poten. “Ze is ongedeerd,” zei hij.
Matthis durfde eindelijk te vragen wie hij was. “Ik ben de hoeder van deze vallei,” antwoordde de Wildeman. “Ik bescherm haar al sinds voordat jullie huizen van steen hadden. Maar de mensen luisteren niet meer naar het bos.” Hij vertelde Matthis dat de weiden verzwakt raakten omdat de mensen de heilige bron hogerop in het gebergte vervuild hadden door er afval achter te laten. Zonder die bron, zei hij, zou de vallei uitdrogen — en honger zou volgen.
Als dank voor zijn moed om te blijven staan, gaf de Wildeman Matthis een geheim: “Snijd het eerste hooi van de zomer niet bij volle zon, maar bij avonddauw,” zei hij. “Het gras houdt dan zijn kracht, en je dieren worden sterker dan die van de andere dorpen.” Maar hij waarschuwde streng: “Vertel dit geheim niet aan wie het niet waard is.”
Matthis bracht het nieuws over de vervuilde bron naar het dorp. De mensen, geschrokken, gingen samen de berg op en zuiverden de bron. Vanaf dat jaar stroomde het water helderder dan ooit. En Matthis maaide zijn hooi bij avonddauw. Zijn koeien werden groot en sterk, en al snel volgden de andere herders zijn voorbeeld — zonder te weten waar dit gebruik vandaan kwam.
Jaren later, toen Matthis een volwassen man was, zag hij op een schemerige avond een grote gestalte boven op de rotsen. De Wildeman hief zijn knuppel als een groet omhoog, en verdween daarna voorgoed in het woud. Sindsdien zeggen de mensen uit de vallei: “Als het water helder stroomt en het hooi geurig is, waakt de Wildeman nog.”
Sluit je vandaag nog GRATIS aan als Italofan!
