De Riviera, seizoenen van elegantie (1) – Nizza

Zicht op de baai van Nice

 

In deze reeks gaan we op zoek naar het verhaal van de Riviera. De Riviera ontstond niet uit zomerse stranddromen, maar uit winters verlangen naar zon, gezondheid en elegantie. Wat maakt dat deze regio onafhankelijk van de rest van Italië kon ontwikkelen?  Hoe konden onbeduidende Ligurische vissersdorpjes uitgroeien tot het toppunt van luxe en elegantie, tot een broeierig paradijs voor de internationale jetset van de belle époque?

 

Nice of liever Nizza?

We starten de reis in Nice, nu de parel van de Franse Côte d’Azur maar tot 1860 deel van het koninkrijk van Savoye. De oorspronkelijke bevolking van Ligurische herders en zeelui moest plaats maken voor Griekse overheersers rond 350 voor Christus. De Griekse kolonie kreeg de naam Nikaia, naar de godin van de overwinning, een blijvende herinnering aan de inlijving van het gebied. Toen de Romeinen op hun beurt de florissante stad innamen, lieten ze het centrum aan de Grieken en vestigden ze zich in de frissere heuvels van Cemenelum. Dat Cimiez is nu een rustige, residentiële wijk van Nice, waar je een bezoekje kan brengen aan het museum van Marc Chagall of dat van Henri Matisse of slenteren tussen de resten van de thermen en het amfitheater.

Romeinse resten in Cimiez

In 1388 klonk het graafschap Nice zich vast aan de Savoye en werd later deel van het koninkrijk van Sicilië en Sardinië. Ondanks de bescherming van de Sabaudische leenheer kreeg Nice heel wat aanvallen te verduren. Aangetrokken door de strategische ligging en de bloeiende handel probeerden Provençaalse graven en Frans-Duitse legers verwoed een claim te leggen op de stad. Dat lukte alleen tijdens de veroveringstochten van Napoleon Bonaparte. Van 1792 was Nice deel van de republiek Frankrijk, maar in 1814 keerde het terug naar de Savoye.

Musée Matisse

 

Tyfuslijders

Op het moment dat de stad zich profileerde als Petit Paris, overwinteringsparadijs voor verkleumde Britten, Russische adel en andere rijke Europese ‘grand touristes’ heette Nice dus Nizza. Dat de stad überhaupt bekend geraakte bij een groot, voornamelijk Brits publiek is helemaal te danken aan een Schotse auteur, Tobias Smollett. Toen hij in november 1763 verdwaalde in het duistere labyrint van kronkelige steegjes was hij nagenoeg de enige buitenlander. Hij zou er anderhalf jaar blijven en maakte van Nice zijn uitvalsbasis voor de ruime regio.

In 1766 publiceerde hij Travels Through France and Italy, een brievenboek waarin hij uitgebreid ingaat op de bedroevende hygiëne, inferieure keuken, onbegrijpelijk dialect en slechte staat van de wegen. Je leest het boek eigenlijk als een klaagzang – of een lofzang op de Britse suprematie. Weinig plaatsen in Zuid-Frankrijk en Italië – hij zal daar twee maanden verblijven – vonden gratie in zijn ogen.

Vandaag wordt Smollett herinnerd als een accurate observator, een criticus die een vrijwel onontgonnen gebied ontsloot voor een Brits publiek. Het verschil met Brittannia was dan misschien wel enorm, maar dat maakte Nice ook interessant. Met het succes van  Smolletts boek begon de ontwikkeling van Nice als winters eldorado, thuishaven voor ziekelijke welgestelde Europeanen met allerhande kwalen op zoek naar de zon en een milder klimaat. Niet zelden waren het eerder welgestelde zenuwlijders dan echte tyfuspatiënten.

 

Bacon and beans

In de tweede helft van de 18e eeuw maakte Nice deel uit van de ‘Grand Tour’, het Bildungsmoment voor jonge, voornamelijk mannelijke, aristocraten. Het zachte klimaat, de vrij rustige geopolitieke situatie en de hang naar exotisme zorgden voor een explosie van de kuststad.

In 1787 logeerde een honderdtal buitenlandse families in de hôtels particuliers, palazzi die helemaal of per verdieping werden verhuurd. Buiten de stad zochten vakantiegangers hun toevlucht in bastides. In datzelfde jaar opende het eerste hotel voor reizigers, het Hôtel d’York, zijn deuren op de eerste verdieping van het pas gebouwde palazzo Spitallieri.

Er ontstond een gevoel van de ‘ville d’hiver’, een winterstad die ook fysiek een realiteit werd op het einde van de eeuw. ‘Newborough’, zo heette de wijk waar de Engelsen verbleven op veilige afstand van de locals en hun oude stad. De plaatselijke notabelen zagen er meteen een verdienmodel in: in Croix-de-Marbre bouwden ze luxueuze villa’s met tuin die ze in de winter verhuurden aan hun cliënteel van over het Kanaal.

Het was niet de bedoeling dat de Engelsen tijdens hun verblijf anders zouden gaan leven dan hoe ze dat thuis deden. De hotels – 2 in 1808 en 13 in 1857 – serveerden full English breakfast en serveerden thee in salons waar de vakantiegangers rustig Britse kranten lazen. In 1857 was het aantal overwinterende families al opgelopen tot 1.346, voor een bevolking van 44.000 inwoners.

Onder die toeristen zaten niet alleen Engelsen, ook Fransen en Russen maakten er deel van uit, aangetrokken door de bemoedigende medische bulletins over miraculeuze genezingen. De band tussen Nice en Rusland werd zelfs tragisch bezegeld toen de 22jarige tsarevitch Nicolas Aleksandrovitch hier in 1865 overleed. De rouw van de Romanovs liet een blijvend spoor na in het stadsbeeld. De prachtige Russisch-Orthodoxe kerk Saint-Nicolas is er een indrukwekkend voorbeeld van.

Zicht vanop de heuvel Château

 

Palmen als stadsstrategie

Dat we vandaag nog kunnen genieten van de villa’s en de relatief harmonieuze architectuur is te danken aan het Consiglio d’Ornato, de raad die de stadsontwikkeling in goede banen leidde. Dankzij dit consiglio zou Nice een aantrekkelijke plek worden en blijven: groene zones, ruime promenades, pleinen als verbinding met de oude stad, een stad waar je kan ademen. Geen enkele andere stad van het koninkrijk Sardinië kon buigen op zo’n esthetische waakhond.

De camin dei ingles, een onooglijk kustpadje aangelegd door de Engelsen in 1824, werd de prestigieuze promenade des Anglais. Naast elke boulevard kwam een strook van 7 meter voorzien voor vegetatie. Die vegetatie werd het uithangbord van de stad en bij uitbreiding van de hele riviera. Nice importeerde massaal palmbomen – al aanwezig in de streek rond Bordighera sinds de middeleeuwen, voorzag de openbare ruimte van een keur aan tropische vetplanten met felle bloemen en ook in privétuinen floreerden agave en aloë.

De vegetatie werd het uithangbord van de stad

Palmen en vetplanten gaven de stad een bijna theatrale, on-Europees aandoende façade. Met een gemiddelde jaartemperatuur van 15-16 graden en zachte winters bleek de streek een perfecte habitat voor het exotisch groen.

 

Van Bianchi naar Leblanc

Tot 1860, een jaar voor de eenmaking van Italië, was Nice dus Nizza, maar wat betekende dat in de praktijk voor het Italiaans?

Italiaans was de taal van de administratie sinds Emanuele Filiberto di Savoia in 1561 het Latijn had afgeschaft. Onder Bonaparte was Frans de taal van de macht, al lieten de plaatselijke autoriteiten Italiaanse pers oogluikend toe.

Giuseppe Garibaldi die in Nice geboren is, groeide op in het Frans en in het Italiaans. De Europese adellijke families die in Nice kwamen overwinteren spraken Frans en Engels, Duits of Russisch, terwijl de inwoners zich uitdrukten in het Niçard/Nissart,  een Provençaals met Ligurische en Italiaanse invloeden.

Straatnaam in Nissart

Het aantal Italiaanstaligen nam sterk af na de annexatie van Nice en de omringende gebieden door Frankrijk in 1860. De Fransen kregen het gebied als beloning voor hun steun aan het Risorgimento. Nice viel vanaf dan onder de jurisdictie van Marseille. Het gecentraliseerde Frankrijk smoorde de Italiaanse cultuur in de kiem: kranten in het Italiaans werden verboden, familienamen verfranst.

Een kwart van de bevolking – zo’n 11.000 inwoners – verkaste naar Ventimiglia, Bordighera en Ospedaletti, de resterende Italiaanssprekenden bleven gefrustreerd achter. Ze vormden de basis van de irredentisti die, geleid door Garibaldi, bleven streven naar een terugkeer naar de Savoia.

 

De luxe van snelheid

Na de aanhechting bij Frankrijk ging het snel voor Nice. De va et vient van winterse vakantiegangers liep een stuk vlotter met de komst van de trein. Murray’s ‘Hand-book to the Riviera’, een praktische gids voor de overzeese reizigers uit 1896, vermeldt naast het gewone treinaanbod de nieuwe ‘Nice Express’,  die dagelijks om 19.50 vertrekt uit Paris-Nord naar het zuiden. Drie eersteklascoupés worden in de wintermaanden vastgemaakt aan de rapide die vanuit Gare de Lyon vertrekt. Parijs leek plots geen verre hoofdstad meer maar een voorstad van de winterzon.

Waterval op Château

Winters van goud

Aan de vooravond van WO I brachten iedere winter 20.000 toeristen meer dan een maand door in Nice en 130.000 mensen verbleven er enkele dagen. Dat wintertoerisme werd meer en meer big business: een casino, de Jetée-Promenade,  theaters, concertzalen, sportinfrastructuur, theehuizen, restaurants.

Ook de bevolking verdrievoudigde, vooral Italiaanse migranten werkten er in de bouwsector. In de heuvels, achter het oude stadscentrum, rezen nieuwe volkswijken en hyperluxueuze hotels uit de grond, zoals het Riviera Palace en het Excelsior Regina Palace waar koningin Victoria drie opeenvolgende winters zou verblijven.

Tijdens de belle époque verstevigde Nice haar positie als winters kuurvakantieoord nog meer. Gekroonde hoofden uit zowat alle belangrijke Europese aristocratische families struinden er over de promenade des Anglais, wat de New York Times ertoe bracht om de Franse riviera te adverteren als ‘a place to meet royals’. De elegantie bleek echter kwetsbaar voor de geschiedenis.

Place Massena

 

Na de pracht

Tijdens WOI dienden de hotels als opvang voor de geblesseerden die terugkeerden van het front en vonden 6.000 vluchtelingen er een onderkomen. Even leek het of de stad na de oorlog het loodje moest leggen. De Russische aristocratie bleef weg, bekaaid uit de revolutie gekomen, de Oostenrijks-Hongaarse en Ottomaanse adel waren samen met hun rijk ingestort, het was crisis. Balzalen verstomden, salons sloten, de luiken van de imposante hotels bleven dicht.

Stilletjes aan nam de gegoede burgerij de plaats in van de adel en probeerde de stad het zomertoerisme uit te bouwen. Dat lukte maar gedeeltelijk, er was geen aantrekkelijk zandstrand om toeristen naar de zee te lokken en vele hotels moesten tijdens de zomer sluiten bij gebrek aan personeel.

De majestueuze hotels in Cimiez overleefden de crisis van 1929 niet. Ze werden omgebouwd tot appartementen of een rusthuis. Net voor WO II uitbrak, was Nice een verzamelplaats voor Joodse families uit heel Europa, voor politieke vluchtelingen en intellectuelen op zoek naar een ticket voor de Verenigde Staten of naar een onderduikadres in het zuiden. De Duitse schrijver Heinrich Mann verbleef er enkele jaren vooraleer hij de Pyreneeën overstak naar Spanje en Portugal om daarna voorgoed in ballingschap te gaan en Europa achter zich te laten.

Tijdens de eerste jaren van de oorlog kwam Nice terug onder Italiaans bestuur. De heuvels achter de stad werden het bolwerk van het Franse verzet uit de regio. Wanneer de Duitsers in november 1943 de stad van de fascisten overnamen, begon een bloedige periode van represailles en martelingen.

Na de bevrijding door de geallieerden in augustus 1944 likte la belle haar wonden: een stad in puin en een economie aan flarden. Toch kwam er ook iets goeds uit deze nare periode. Bij de voorbereiding van de landing in de Provence verhardden de Amerikanen het bestaande militaire vliegveld en maakten er een 1.350 meter lange landingsbaan van. Die zou essentieel blijken voor de heropleving van het naoorlogse toerisme.

 

Erfgoed van elegantie

De tweede helft van de 20e eeuw zorgde voor een boom in de bouwspeculatie. Het zomertoerisme haalde het wintertoerisme vlotjes in,  Nice werd een geliefde vakantiebestemming voor toeristen uit de hele wereld. De combinatie van de meest uiteenlopende Europese architecturale stijlen en de harmonische fusie van Britse, Franse, Italiaanse en Russische invloeden maakten van Nice een levende getuige van het glorieuze verleden.

Le negresco (foto door Raoul Mefta – link)

Sinds 2021 staat de ‘Winter Resort Town of the Riviera’ op de lijst van het werelderfgoed van de Unesco. En dat is niet voor niets. Als je je ogen sluit, zie je zo de keuvelende dames met ruisende jurken door de hal van Le Negresco schrijden, een kanten parasol met witte broderie anglaise in de hand als bescherming tegen de zuiderse zon.

De haven van Nice

 

Volgende aflevering: Monte Carlo roept… en de roulette draait.

Over Dorinda Dekeyser 45 Artikelen
Leerkracht Italiaans in CVO VOLT (Leuven) en aan de Vrije Universiteit Brussel.

Taste-Italy.be maakt gebruik van cookies. Door onze website te bezoeken verklaar je je hiermee akkoord. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'cookies toestaan" om de surfervaring te verbeteren. Als je doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van de cookie-instellingen of je klikt op "Accepteren" dan ga je akkoord met deze instellingen.

Sluiten