Elk jaar op 10 februari staat Italië stil bij de Giorno del Ricordo – de Dag van de Herinnering. Op deze nationale herdenkingsdag worden de slachtoffers herdacht van de zogenoemde foibe en de exodus van Italianen uit Istrië, Fiume (het huidige Rijeka) en Dalmatië, gebieden aan de oostelijke Adriatische kust. De herdenking is nauw verbonden met de turbulente nasleep van de Tweede Wereldoorlog en vormt tot op vandaag een gevoelig hoofdstuk in de Europese geschiedenis.
Historische achtergrond
Om de betekenis van de Giorno del Ricordo te begrijpen, is het noodzakelijk om terug te gaan naar het begin van de twintigste eeuw. Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Italië verschillende gebieden toegewezen die voorheen tot het Oostenrijks-Hongaarse Rijk hadden behoord, waaronder Istrië en delen van Dalmatië. Deze regio’s waren etnisch en cultureel gemengd: Italianen, Slovenen en Kroaten leefden er eeuwenlang naast elkaar.
Tijdens het fascistische regime van Benito Mussolini (1922–1943) voerde Italië in deze gebieden een agressieve politiek van veritalianisering. Slavische talen en culturen werden onderdrukt, wat leidde tot diepe spanningen en wrok onder de niet-Italiaanse bevolking. Deze achtergrond is cruciaal om de latere gebeurtenissen te begrijpen.
De foibe
De term foibe verwijst naar natuurlijke, diepe karstgrotten die voorkomen in het grensgebied tussen Italië, Slovenië en Kroatië. Tijdens en direct na de Tweede Wereldoorlog, vooral in de periode 1943–1945, werden deze grotten gebruikt als massagraven.
In deze chaotische fase, waarin het fascistische regime instortte en Joegoslavische partizanen onder leiding van Josip Broz Tito terrein wonnen, werden duizenden mensen gedood. Onder de slachtoffers bevonden zich voornamelijk Italiaanse burgers, voormalige fascistische functionarissen, militairen en in feite iedereen die als “vijandig” werd beschouwd.
De motieven achter deze executies waren complex en gelaagd. Ze bestonden uit een combinatie van wraak voor fascistische onderdrukking, politieke zuiveringen en etnische spanningen. Hoewel de precieze aantallen tot op heden onderwerp van historisch debat zijn, wordt algemeen aangenomen dat het om duizenden slachtoffers ging.

De exodus van Italianen
Naast de moorden in de foibe vond er een grootschalige bevolkingsvlucht plaats. Na de oorlog werden Istrië, Fiume en grote delen van Dalmatië onderdeel van het nieuwe socialistische Joegoslavië. Voor veel Italianen in deze regio’s betekende dit een radicale verandering van hun politieke, sociale en culturele positie.
Tussen 1945 en begin jaren vijftig verlieten naar schatting 250.000 tot 300.000 Italianen hun woonplaatsen. Sommigen vluchtten uit angst voor vervolging, anderen vanwege politieke druk, onteigening of het verdwijnen van hun culturele rechten. Deze massale volksverhuizing staat bekend als de Istrisch-Dalmatische exodus.
Voor de vluchtelingen was de aankomst in Italië vaak moeilijk. Ze belandden in opvangkampen, hadden moeite werk te vinden en voelden zich soms vergeten of genegeerd door de Italiaanse samenleving, die zelf bezig was met wederopbouw na de oorlog.

10 februari 1947: een symbolische datum
De keuze voor 10 februari als herdenkingsdatum is geen toeval. Op die dag in 1947 ondertekende Italië het Vredesverdrag van Parijs. Met dit verdrag verloor het land officieel de genoemde gebieden aan Joegoslavië. Voor veel Italianen betekende dit het definitieve verlies van hun thuisland en een abrupt einde van eeuwenoude gemeenschappen.
De datum staat symbool voor zowel politiek verlies als menselijk leed, en vormt daarom het centrale moment van de Giorno del Ricordo.
Officiële erkenning
Hoewel de gebeurtenissen al decennialang bekend waren bij de betrokken gemeenschappen, duurde het tot 2004 voordat de Giorno del Ricordo officieel werd ingesteld door het Italiaanse parlement. De wet had als doel:
-
het herdenken van de slachtoffers
-
het erkennen van het lijden van de vluchtelingen
-
en het bevorderen van historische kennis, met name onder jongeren
Sindsdien worden er jaarlijks herdenkingen gehouden, waaronder officiële ceremonies, kransleggingen, toespraken van politieke leiders en educatieve activiteiten op scholen.
Controverse en historisch debat
De Giorno del Ricordo is ook een bron van discussie. Critici vrezen soms dat de herdenking wordt gebruikt voor politieke doeleinden of dat zij los wordt gezien van de bredere context van fascistische misdaden in de Balkan. Historici benadrukken daarom het belang van een evenwichtige benadering, waarin zowel het Italiaanse leed als de voorafgaande onderdrukking en oorlogsmisdaden worden erkend.
In buurlanden als Slovenië en Kroatië leeft soms de zorg dat de herdenking een eenzijdig narratief benadrukt. Tegelijkertijd groeit internationaal het besef dat deze geschiedenis lange tijd onderbelicht is gebleven.

Betekenis vandaag
De Giorno del Ricordo is meer dan een herdenkingsdag; het is een moment van reflectie over de gevolgen van nationalisme, de vernietigende kracht van oorlog en en het belang van historische erkenning.
In een Europa dat is gebouwd op verzoening en samenwerking, herinnert deze dag aan hoe kwetsbaar samenlevingen zijn wanneer politieke ideologieën en etnische spanningen de overhand krijgen.

Conclusie
De Giorno del Ricordo op 10 februari is een essentieel onderdeel van het Italiaanse collectieve geheugen. Door de slachtoffers van de foibe te herdenken en de exodus van honderdduizenden Italianen te erkennen, probeert Italië een pijnlijk verleden onder ogen te zien. Tegelijkertijd nodigt de herdenking uit tot dialoog, nuance en historisch bewustzijn – niet alleen binnen Italië, maar in heel Europa.