Urbino, la città ideale (deel 3)

Religieus erfgoed

De duomo van Urbino dateert uit de elfde eeuw, maar werd verbouwd op bevel van Federico da Montefeltro. De architect die deze taak kreeg toegewezen, was Francesco di Giorgio Martini. In 1604 was de nieuwe kathedraal klaar. Helaas werd de duomo verwoest in de aardbeving van 12 januari 1789 waarbij de koepel instortte. De Marken werden in de loop van de geschiedenis wel vaker getroffen door aardbevingen.

Nogmaals kreeg de duomo een nieuwe uiterlijk, ditmaal in neoclassicistische stijl door Giuseppe Valadier (de befaamde architect van het Vaticaan). Het bouwwerk was klaar in 1801. De elegante en sobere gevel is een streling voor het oog, maar ook binnen valt er heel wat moois te ontdekken. Zo is er een veertiende-eeuws oratorium van Johannes De Doper met prachtige fresco’s van Lorenzo en Jacopo Salimbeni.

Ook daterend uit de veertiende eeuw is de kerk van San Francesco, waarvan het interieur in de achttiende eeuw gewijzigd werd. De kerk San Domenico is dertiende-eeuws, maar kreeg een nieuw uitzicht in de Renaissance. De originele terracotta lunette bevindt zich momenteel in het Palazzo Ducale. Ook nog uit de Renaissance stammen de kloosters Santa Chiara en San Bernardino.

De binnenstad is een netwerk van trappen, nauwe straten en kronkelende middeleeuwse steegjes. Eén van de donkerste en meest tot de verbeelding sprekende, is zonder twijfel Via volta della morta. De naam alleen al doet huiveren! Het steegje inspireerde recent nog (2006) een auteur, Aurelio Picca,  tot het schrijven van een misdaadroman die als setting deze ogenschijnlijk zo rustige stad heeft.

Universiteitsstad

Urbino is behalve een historische stad ook een bruisende, hippe stad want een stad van en voor jongeren. Met maar liefst 17.000 zijn ze vandaag, de studenten in Urbino. En dat op een totale stadsbevolking van 16.000 zielen. De universiteit van Urbino werd gesticht in 1506 door hertog Guidobaldo I. Vanuit het Collegio dei Dottori – wat, in tegenstelling tot wat de naam misschien doet vermoeden, niets met geneeskunde te maken had, maar wel met rechtspraak: het was het hof van beroep in het hertogdom Urbino – groeide de universiteit.

Het was pas onder het rectorschap (ononderbroken van 1947 tot 2001) van literatuurcriticus en christen-democratisch senator voor het leven Carlo Bo (°1911) dat de universiteit een ongekende groei kende en naam en faam verwierf. Sinds 2002 draagt de universiteit dan ook zijn naam: “Università degli studi Carlo Bo”. Vooral op het vlak van humane wetenschappen en Italiaanse letterkunde heeft de universiteit tot op heden een sterke reputatie. Interessant om te weten voor wie zich de Italiaanse taal wil meester maken, is dat je er ook taalcursussen (op elk niveau: van A1 tot C1) kunt volgen tijdens de zomermaanden.

De vele universiteitsstudenten hebben hun sporen nagelaten in de stad. Tot op vandaag is het gebruikelijk dat studenten een kaarsje branden in de San Francesco-kerk voor ieder examen. En loop vooral nooit onder de zuilengaanderijen: dat brengt immers ongeluk!

Enkele typische streekproducten

Urbino kan naast een rijk gestoffeerde geschiedenis ook uitpakken met een sterke culinaire traditie. Een voorbeeld van een gerecht waar een boeiend verhaal aan vast zit, is la crescia sfogliata di Urbino. In de jaren 1400 zou dit het favoriete hapje geweest zijn van de chique gasten aan het hof van de hertogen van Montefeltro. De legende wil dat de zon verleid werd door de schoonheid van de stad Urbino, en daarom zo laag vloog dat ze pardoes tegen een van de torens van het Palazzo Ducale aanvloog. Het was de vorm van het hemellichaam en de gouden stralen die ze verspreidde die een jonge bakkerin, die het schouwspel bij toeval zag, inspireerde in de keuken. Ze maakte een focaccia, die door zijn lichte zuurdesem zo hoog rijst als de zon. Het leverde het gebak de naam ‘crescia’ op, naar het werkwoord “crescere” dat groeien betekent.

Als je in de buurt van Urbino bent, zou je zeker een uitstapje moeten maken naar Acqualagna. Het stadje Acqualagna pronkt immers met de titel ‘truffelhoofdstad’: je kunt er het hele jaar door terecht voor de beste truffels. Van oktober tot december staat de meest delicate, prijzige witte truffel op het menu, van januari tot maart de zwarte truffel. Van april tot september vind je de zwarte zomertruffels en een ander type kleine witte truffels. In Sant’Angelo in Vado, dichtbij Urbino, is men zelfs een experimentele truffelkwekerij gestart. Men bewerkt er de wortels van jonge bomen met de sporen van truffels.

Uiteraard kun je in Urbino proeven van al het lekkers waar de regio Marken om bekend staan. Er zijn verschillende DOP-kazen en wijnen die beslist de moeite waard zijn. De witte wijn – eigenlijk lichtjes groen, zoals zijn naam “verdicchio” al enigszins aangeeft – uit het nabije Jesi is een verfrissende ontdekking. Elke zaterdag vindt er bovendien in Urbino een markt plaats.

Lees verder: Urbino deel 4.

Dit artikel verscheen in Buonissimo magazine nr 1 uit 2015.

1 Trackbacks & Pingbacks

  1. Urbino, la città ideale (deel 2) – Taste-Italy.be

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*