Urbino, la città ideale (deel 2)

Een stad in de vorm van een paleis en een paleis in de vorm van een stad

Baldassare Castiglione omschreef Urbino als “een stad in de vorm van een paleis” in zijn werk Il libro del cortegiano (“Het boek van de hoveling”). Dit werk is, samen met Il principe van Machiavelli, één van de belangrijkste werken geschreven in de Renaissance. In het werk voeren de personages aan het hof van Urbino conversaties over hoe een hoveling zich hoort te gedragen. Baldassar Castiglione leeft niet enkel verder in zijn boek, hij werd op ook doek vereeuwigd door Rafaël. Maar de stad kan ook pronken met een echt paleis.

Eén van de architecturale pareltjes die de hertog Federico da Montefeltro liet optrekken, was het Palazzo Ducale. Het hoogtepunt van een bezoek aan Urbino is het museum La Galleria Nazionale delle Marche dat gevestigd is in dat Palazzo Ducale. Het huisvest de collectie van de meest gerenommeerde schilders uit Le Marche. Enkele niet te missen hoogstandjes zijn de Madonna di Senegallia van Piero della Francesca en de Veduta della città ideale (Zicht op de ideale stad). Vooral dit laatste werk, dat door sommigen wordt toegeschreven aan Piero della Francesca of een leerling van hem, spreekt tot de verbeelding. In het werk culmineren de renaissance-idealen van schoonheid, orde en symmetrie. De schikking van de gebouwen doet denken aan een schaakbord waarop de pionnen bedachtzaam neergezet werden op een gelijkmatige afstand. De gebouwen tellen allemaal drie verdiepingen. Niet toevallig vinden we in het midden van het schilderij een rond gebouw met een koepel, dat de perfectie van een cirkel belichaamt.

De buitenkant van het paleis valt op door twee slanke torentjes die de drie loggia’s flankeren. Bij het bouwen werd er vooral van baksteen gebruik gemaakt, terwijl de vensterbanken en decoraties uit natuursteen zijn. Van buiten ziet het palazzo er best robuust uit, maar binnenin wacht er je meer verfijning. De binnenplaats (of “cortile d’onore”) is elegant omzoomd door zuilen. Via een monumentale trap bereik je de eerste verdieping, “il piano nobile”. Daar wachten je rijkelijk versierde zalen. De troonzaal is daarvan de indrukwekkendste. De kamer van de engelen, één van de privé-vertrekken van de hertog, dankt zijn naam aan de vele dansende putti op de schoorsteen. De muren in de studiekamer van de hertog werden gedecoreerd door niemand minder dan Sandro Botticelli, die ook de houten deuren van een adembenemend trompe-l’oeil inlegwerk voorzag.

Na de dood van de laatste nazaat, Guidobaldo da Montefeltro, in 1508 kwam de stad voor korte tijd in de handen van de familie della Rovere. Vanaf 1631 tot aan de eenmaking van Italië in 1861 maakte Urbino deel uit van de pauselijke staat. Die periode werd gekenmerkt door een economische achteruitgang; Urbino zou zijn glorie van weleer niet meer evenaren. Voor wie niet genoeg krijgt van de geschiedenis van de stad, is er altijd nog het Museo della città.

Bakermat van de Renaissance: Het geboortehuis van Raffaele Sanzio

Erg opmerkelijk ziet het veertiende-eeuwse palazzo er misschien niet uit, maar de persoon die er het levenslicht zag, was dat wél: hij zou de schilderkunst als weinigen voor hem beïnvloeden. We kennen hem als Rafaël of Raffaele Sanzio (ook wel Santi), soms ook kortweg “l’Urbinato”. In 1483 werd hij er geboren. Weinig is geweten over zijn familie, enkel dat zijn vader Giovanni ook een schilder was en Rafaël van hem de stiel leerde. Veel tijd onder vaders vleugels in het schildersatelier heeft hij echter niet doorgebracht: zijn vader overleed al in 1494, waardoor de jonge Rafael voortaan op zichzelf aangewezen was. Op de eerste verdieping van het huis treffen we in de zaal waar Rafaël zou geboren zijn de fresco Madonna met kind. Het zou één van zijn vroegste werken zijn. Verder kan je in het museum nog manuscripten, zeldzame drukken en munten gaan bekijken.

Rafaël is boven alles grandioos als portretschilder. Vergeet de mysterieuze glimlach van de Mona Lisa; minstens even beklijvend is het werk La muta (De doofstomme) van Rafaël. Het werk is een olie op doek uit 1507. Qua pose doet het werk denken aan la Gioconda. Het oog voor detail en de lichtwerking doen zelfs denken aan de Vlaamse primitieven, in het bijzonder Hans Memling. De finesse waarmee de handen worden afgebeeld is indrukwekkend. De tegelijk indringende en melancholische blik van het meisje is zo intens dat je, lang nadat je de galerij alweer uitgewandeld bent, haar ogen nog altijd op je voelt rusten.

Wat het werk wel gemeen heeft met de Mona Lisa, is het raadsel dat rond haar identiteit hangt.  De dame die afgebeeld wordt, moet jonger dan 30 jaar geweest zijn. De zakdoek die ze in haar hand houdt en de haarfijne zwarte draad op haar voorhoofd, wijzen echter op het feit dat het om een weduwe moet gaan. Dat maakt het aantal kandidates al behoorlijk wat kleiner, waardoor kunsthistorici in recente studies vermoeden dat het om de 26-jarige weduwe Maria della Rovere zou gaan.

Aan Rafaël is trouwens, behalve een museum, nog een monument gewijd aan de rand van de stad. Eind jaren 1890 werd op verzoek van de Kunstacademie van Urbino een bronzen standbeeld neergepoot op de Piazza Duca Federico. Rafaël kijkt van op zijn sokkel uit op het magnifieke glooiende landschap. Een echte aanrader om in de schaduw van Rafaël ook van dit zicht te gaan genieten! Rafaël was trouwens niet de enige getalenteerde zoon van Urbino: ook de architect Bramante werd (weliswaar even verderop) in (de omgeving van) Urbino geboren.

Lees verder: Urbino deel 3.

Dit artikel verscheen in Buonissimo magazine nr 1 uit 2015.

1 Trackbacks & Pingbacks

  1. Urbino, la città ideale (deel 1) – Taste-Italy.be

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*