Toerisme vroeger en nu: vroeger.

Vroeger, na de kruistochten, kwamen pelgrims van heinde en ver naar Venetië om in te schepen naar het Heilig Land. Venetië was immers gedurende eeuwen de poort naar het Oosten. In dagboeken is de stad veelvuldig in al zijn facetten beschreven. Enerzijds de schoonheid van de stad en het goed bestuur dat de voorspoed ervan garandeerde. Ook de beschikbaarheid in kwantiteit en kwaliteit van etenswaren en goederen werd geprezen. Indrukwekkend waren de pakhuizen waar bloem, gierst en andere waren werden opgestapeld. Zo kon alles ononderbroken worden aangeboden.

Door de heerschappij over zee en de belangrijke handelsposten op het vasteland kon je zowat alles vinden in de stad: kaneel, gember, nootmuskaat, kardemom enz.. Deze kruiden vinden we nu nog steeds terug in de Venetiaanse gerechten.

Door de strategische ligging ontstond hier ook de eerste vormen van toerisme. Pelgrims konden vroegboekkorting krijgen voor hun trip naar het Heilig Land en verbleven voor hun vertrek ook al korte tijd ter plaatse. Ze betaalden de helft van hun reis voor vertrek en het saldo bij aankomst.

Dit lukte niet altijd, want soms had de kapitein onderweg als voldoende buit gemaakt dat hij bv. in Kreta rechtsomkeer maakte.

Ook heel wat Vlamingen maakten van deze diensten gebruik en hebben de stad uitvoerig beschreven. Sommigen bleven ter plaatse hangen en openden er zelf een zaak. Zo is bekend dat Claes van Dusen, een doorwinterde pelgrim, in de 15de eeuw een winkeltje had op de Rialtobrug.

Maar wie havenstad en reizigers aan elkaar koppelt, weet dat ook prostitutie welig moet getierd hebben in de Dogenstad. Dat was trouwens niet alleen het gevolg van de reizigers, de Venetiaanse overheid stimuleerde zelf de prostitutie om ‘onnatuurlijke omgang tussen mannen’ tegen te gaan.

Naast de lagere klasse van prostituees, had je nog een tussenklasse en de hoogste klasse, zijnde de courtisanes. De laagste klasse, inclusief de oudere publieke vrouwen werden ondergebracht in Ca’ Rampane, nu ‘Carampane’ als straatnaam. Ze mochten zich niet zomaar in de stad verplaatsen, maar mochten wel hun “waren” tonen op de Tettenbrug, de Ponte delle Tette.

De courtisanes waren vaak goed opgeleide dames die meestal hun vak leerden van hun eigen moeder en die omgang hadden met de edelen. Het hebben van een minnares was geen uitzondering of schande, integendeel, een edelman zonder minnares was eerder een uitzondering. De meest bekende courtisane was Veronica Franco (1546-1591). Deze dame was zeer gegeerd en had daardoor ook een belangrijke invloed op het bestuur van de stad.

Er waren ook ‘uithangborden’ die aangaven dat je de zone van de prostitutie naderde, het halfreliëf van de twee appeltjes verwijst volgens sommige geschiedschrijvers naar de vrouwelijke rondingen. Je vindt er zo een in de buurt van Rialto, in de Ruga dei Spezieri. Vrome Venetianen beweren dat de appeltjes het uithangbord van de fruitverkopers was. Wie zal het zeggen …

Over Luc Bosmans 6 Artikelen
Luc Bosmans is apotheker, gepassioneerd amateurfotograaf en smoorverliefd op Italië, in het bijzonder Venetië. Hij deelt graag zijn passie via voordrachten en georganiseerde trips naar la Serenissima.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*